Nelly neemt stelling tegen Programma-akkoord College

Tachtig jaar geleden was de Nederlandse regering heel wat verstandiger dan het Amsterdamse gemeentebestuur nu.

Tachtig jaar geleden, in de beruchte jaren 30, tastte een catastrofale internationale economische crisis alle zekerheden aan.
Net zoals nu.

In het Programma-akkoord, dat hier vanmiddag ter tafel ligt, lees ik: “De crisis trekt haar sporen door de stad. Amsterdammers verliezen hun baan, of hebben minder te besteden(…) Veel bedrijven verkeren in zwaar weer, instellingen hebben het moeilijk en de fondsen verschralen. Ook vanuit het Rijk zal er minder geld naar Amsterdam gaan”.
Net zoals toen.

Die omstandigheden, en die vooruitzichten, brachten de rekenmeesters van toen tot de, voor de plannenmakers van toen, teleurstellende conclusie, dat het onverstandig zou zijn de Oost-Westlijn aan te leggen over de bijna voltooide Afsluitdijk. Tientallen jaren van plannenmaken en eindeloze debatten over de haalbaarheid en kosten van de Zuiderzeewerken, waren aan het ambitieuze project vooraf gegaan.

Bij de aanleg in 1930 werd de Afsluitdijk extra verzwaard en veel breder gemaakt, dan voor waterkering noodzakelijk was, juist om, zo was het plan, naast de twee-baans autoweg, een dubbele spoorbaan te kunnen aanleggen. De helft van het eiland Wieringen was er zelfs voor afgegraven; deels voor het benodigde keileem, deels ter voorbereiding van het tracé van de spoorlijn. Wie nu naar Hyppolytushoef op Wieringen rijdt kruist nog steeds de door mensenhand vervaardigde kaarsrechte kerf, die het landschap van Oost naar West diep in tweeën klieft, bestemd voor het beoogde spoor.

Men zag er, bij nader inzien, van af !

Nú zouden we dat ingrijpende besluit verklaren uit ‘voortschrijdend inzicht’. Toen zullen de premiers Ruijs de Beerenbrouck en -z’n opvolger- Colijn, het christelijk hebben uitgelegd als ‘goed rentmeesterschap’.
Of gewoon: goed boekhouden: Geen schulden maken die je je het niet kunt veroorloven. Geen projecten afmaken die niet rendabel zullen blijken. Rekening houden met gewijzigde omstandigheden.
Je niet laten betoveren door ambities, die niet haalbaar zijn, voeg ik eraan toe. Je niet laten voortdrijven door prestige of vrees voor gezichtsverlies. Ontstijgen aan partijbelang. En terug op aarde: om je heen kijken, luisteren naar wat maatschappelijk en economisch het meest rendabel en rechtvaardig is en, àls er bezuinigd moet worden: dáár bezuinigen waar het méést te halen is. Kortom: de tering naar de nering zetten.

Des te onbegrijpelijker is het, dat onlangs nog besloten is om, tegen alle maatschappelijke en financiële indicatoren in, toch dóór te gaan met de aanleg van de ooit geplande Noord-Zuidlijn. Onlangs, tussen december 2009 en maart dit jaar: toen het stoppen van de boor nog kón, én toen de crisis al had toegeslagen.
Toen -in december- het infrastructureel adviesbureau Rigo becijferd had dat stoppen goedkoper was dan doorgaan.
Toen -in december- het vernietigende rapport verscheen van deze Gemeenteraad, onder voorzitterschap van collega Limmen, waarin staat dat het een onverantwoord voorstel van B&W was en een slecht gefundeerd besluit van de Raad om überhaupt te beginnen met de aanleg van de Noord-Zuidlijn.
Toen het zittende College van B&W voltallig, met het schaamrood op de kaken, daarop had moeten opstappen. En het niet deed.

Toen Red-Amsterdam in een uitgebreid adres aan de Gemeenteraad, waarschuwde voor de materiële en financiële risico’s van het boren onder het Centrum en betoogde dat het afmaken van de ringlijn rond de stad, en de ondergrondse verbinding met Noord de bereikbaarheid van de stad veel beter zou dienen.
Toen -na de verkiezingen in maart- een geheel nieuw college, zonder gezichtsverlies -dat had ú kunnen zijn, dames en heren !-
een spectaculaire entree had kunnen maken met een bezuiniging-die-alle-bezuinigingen-overbodig-zou-maken.

Maar nee. Alle seinen staan op rood en de metro rijdt door in de perceptie van het nieuwe College van Amsterdam. Want zo hebben PvdA, GroenLinks en VVD het afgesproken in het program-akkoord “Kiezen voor de Stad”. Zo krijgt de stad het voor z’n kiezen:

In één alinea wordt in één zinnetje, slechts één argument aangevoerd om dit miljarden kostende project te rechtvaardigen:
Ik citeer: “De Noord-Zuidlijn vervult straks een belangrijke rol in de bereikbaarheid van de stad en de regio. Dáárom gaan we door met de aanleg met als doel dat deze in 2017 in gebruik wordt genomen”.

Eén zinnetje slechts: grammaticaal merkwaardig, inhoudelijk zwak en feitelijk onjuist. Het argument is achterhaald:

Bij het maken van de eerste plannen voor een Noord-Zuidlijn -die toen nog zou lopen van Purmerend tot Amstelveen- 40 jaar geleden, gold wellicht het argument dat het Centrum van Amsterdam snel en efficiënt bereikbaar moest zijn voor de regio, -toen het Centrum ook de City was; in de tijd dat de grote banken en belangrijke ondernemingen daar gevestigd waren.
Nu telt dat argument niet meer.
De banken en ondernemingen zijn uit het centrum vertrokken naar de randen van de stad. Naar Noord, naar Zuid, naar Zuid-Oost. Locaties die prima en beter bereikbaar zijn via een ringlijn om de stad en een verbinding naar Noord. De prognoses van de verwachte vervoersstromen, die de Noord-Zuidlijn zouden rechtvaardigen, waren destijds al speculatief en zijn nu geheel achterhaald.
En nu gebruikt u “bereikbaarheid van stad en regio” als enig argument in uw program-akkoord.
De Noord-Zuidlijn is eigenlijk een ouderwets, achterhaald project, dames en heren.

Ik lees in het Akkoord, dat u het de “grootste opgaven ooit” vindt om tweehonderdtien miljoen euro te bezuinigen, maar u wilt niet zien hoe u tien keer zoveel kunt besparen door te stoppen met een project dat achterhaald is, te duur is en duurder wordt.

Ik snap het wel. Ik zie hier een fris, aanstaand College voor me, met andere gezichten dan van 10 jaar geleden, maar in een coalitie van exact dezelfde samenstelling als toen het zo onverantwoord gebleken besluit viel, de Noord-Zuidlijn aan te leggen. PvdA, Groen Links, VVD. Dat belooft weinig goeds. Dit móet een erfelijk belast college zijn; met tunnel-visie.

En mijn vrees blijkt niet ongegrond. Het Program-akkoord lijkt met precies die visie geschreven te zijn. Behoudens vele pagina’s met sympathieke vaagheden over behoud van werk, bestrijden van armoede, verbeteren van onderwijs, investeren in duurzaamheid en dergelijke, staat er verder niet veel concreets in. Ja, wij zijn blij te lezen, dat u het eens bent met ons horecabeleid. Maar er wordt geen woord gewijd aan politiek gevoelige, echt controversiële onderwerpen. Ja. Er moet bezuinigd worden, we zullen later wel horen hóe.
Alle projecten van meer dan een miljard worden afgedaan met één zinnetje.

Ik lees niets over de gevolgen van die grootse plannen, die ons nog boven het hoofd hangen… en als een zwaard van Damocles boven deze coalitie.
Waarschijnlijk juist daarom.

Summier wordt gerept over de Ontwikkeling van de Zuidas, er staat niets over de nádelen van de bouw van de nieuwe Zeesluis of de haalbaarheid een tweede passagiersterminal, In onze ogen is het project IJburg-2 overbodig als woningbouwlocatie, en financiëel niet realistisch onderbouwd. Niets in erover in het Program-akkoord. Noch over de financiële consequenties van de hysterische wens om de Olympische Spelen naar Amsterdam te halen -om maar een paar te noemen van die leuke, ambitieuze, prestige-verhogende megalomane, geldverslindende, oncontroleerbare, onrendabele en dus loupe-zuivere financiële debacles, waar dit College -althans volgens dit Program-Akkoord- niks van weten wil, maar toch mee geconfronteerd zal worden.
Dames en heren, ik verzeker u: er knagen nog veel meer Noord-Zuidlijnen aan de fundamenten van deze stad.

Beschouw mijn verhaal over de Noord-Zuidlijn, en ons verzet ertegen als een metafoor tegen al deze ‘grand travaux’; grote publieke werken, en te ambitieuze plannen waar een verstandig bestuur van een stad tijdig van zou moeten inzien, dat ze in deze tijd ongewenst en financieel onhaalbaar zijn.

Wij zullen ze blijven benoemen en we zullen blijven waarschuwen, hoe weinig onze stem ook telt.

De tijd ontbreekt mij, maar graag had ik het in dit kader nog gehad over het democratisch deficit. Het gebrek aan invloed van de burger op de besluitvorming. De legitimiteit van al die wensen en besluiten van de politiek versus de afstand tot de burger. En hoe u, zoals het Program schrijft, “coalities wilt sluiten met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties; om vele Amsterdammers te bereiken”. Terwijl die zich teleurgesteld van de politiek hebben afgekeerd. “We zullen er alles aan doen om Amsterdammers aan te spreken, ook die helft van de stad die niet naar de stembus is gegaan”.

Als het bestuur niet kan of wil luisteren naar verstandige mensen en belangrijke minderheden, vraag ik mij af hoe u dit fraaie voornemen ooit zult kunnen verwezenlijken.

Ook hierin is het Programma-Akkoord boterzacht en krijgt het van mij een onvoldoende.

Ik wens u veel voortschrijdend inzicht toe.

Nelly Frijda