“IK DACHT DAT EEN KUNSTSCHOUW EEN NEP OPEN HAARD WAS”

Als het raadslid voor RED AMSTERDAM, Nelly Frijda vandaag in de Gemeenteraad niet het woord had gevraagd bij het agendapunt, waarbij de benoeming van twee kunstschouwen geruisloos zou zijn afgehamerd, was er geen debat gevoerd over die benoeming. Nu wel. En behoorlijk heftig. Na de toespraak van Nelly, roffelden een flink aantal gemeenteraadsleden instemmend op hun tafelblad. De fractievoorzitter van het CDA, de heer Limmen, verklaarde als eerste het geheel eens te zijn met het betoog, en drong er bij wethouder Gehrels bij herhaling op aan, de door Frijda gestelde vragen serieus te beantwoorden. Toen Limmen werd verweten, dat hij in de Raadscommissie waar de benoeming van de kunstschouwen besproken was, had ingestemd met die benoeming, verklaarde hij dat hij daar bij nader inzien spijt van had. De stemming die vervolgens in de Raad werd gehouden was verrassend. Geen unanieme instemming, dankzij dit debat, dankzij RED AMSTERDAM; slechts 26 leden waren voor en 12 stemden tegen !

Nelly sprak:

” Red Amsterdam is tegen de voordracht van de beide kunst-schouwen. Niet omdat wij iets tegen deze mensen hebben -ik ken ze niet eens-, maar omdat we niet weten wat ze gaan doen en waarom ze nodig zijn. Maar vooral, omdat ze voor 37duizend500 euro per stuk op de begroting drukken. En, zoals u weet, zijn wij tegen geld verkwisten in deze moeilijke tijden. Elk dubbeltje telt.

Ik moet toegeven dat ik, toen ik de stukken las, niet eens WIST wat een ‘kunst-schouw’ was.
Mijn eerste associatie was een NEP OPEN HAARD. Een lelijke schoorsteenmantel. Iets van gips, met ornamenten, met zwarte schoenpoets verfraaid tot iets wat allure moet verbeelden voor de nouveau riche.
Toen ik verder las bleek het ook al niet een ‘schouw’ in de werktuigelijke zin te zijn: een ‘onderzoek’, een ‘bezichtiging’.”De geregeld terugkerende inspectie van water, wegen en dijken”, zoals de dikke Van Dale het -in zonderheid- noemt.
Het bleek een levend wezen te kunnen zijn. Een persoon, die schouwt. Die kijkt, dus. Zoiets als een arts, een patholoog-anatoom, die lijkschouwing verricht.
Zo bestaat er dus blijkbaar ook een kunstschouw: iemand die kunst bekijkt.
Daar hebben we er honderden van. Die staan dagelijks rijen dik voor het Van Gogh-museum.

Hou nou toch op met die flauwekul. Waarom moet er een expert uit Turkije ingevlogen worden om de internationale uitstraling van ons kunstenprogramma te beoordelen ? Waarom moet iemand uit Engeland komen om de kunsteducatie in onze stad te ‘bekijken’ ?
Wij barsten van de adviescommissies voor de Kunst. Wij barsten van de ideeen. We hebben een Amsterdamse Kunstraad. Wij hebben een Amsterdams Fonds voor de Kunst.
We hebben sinds 1996 in Nederland een Raad voor Cultuur, waarin verzameld de Raad voor de Kunst , de Raad voor Cultuurbeheer, de Mediaraad en de Raad van Advies voor Bibliotheekwezen en Informatieverzorging. We hebben een overvloed aan experts, kunstkenners, doelenformuleerders en cultuurliefhebbers.

We hebben in Amsterdam zelfs een Wethouder voor Cultuur.

Deze wethouder kwam vorig jaar november, met het plan om de verdeling van kunstsubsidies te veranderen. Misschien, op zich, wel een goed idee. Maar het motief was zo bizar: Ze vond de afstand tussen politiek en kunst te groot. De Amsterdamse Kunstraad, vond zij, beoordeelde aanvragen voor subsidies vooral op basis van ‘artistieke kwaliteit’. Met ‘de maatschappelijke doelen’ die het gemeentebestuur stelt, werd volgens haar, te weinig rekening gehouden.
De panacee, haar oplossing: het werven van twee kunstschouwen in het buitenland.
-Ja, toen zaten we nog niet in de Gemeenteraad, anders hadden we wel voldoende steun voor een motie tegen deze flauwekul kunnen verwerven. Nu rest ons niet anders dan een tegengeluid laten horen.

Mag ik even vragen: Hoeveel kilometer bedraagt de afstand tussen politiek en kunst ? Wat IS afstand tussen politiek en kunst eigenlijk ? Wat bedoelt de wethouder daarmee ? Waarop moet je kunst anders beoordelen dan op artistieke kwaliteit ? Is de politiek, de gemeenteraad, de wethouder daartoe geëquipeerd ?

A rose is a rose is a rose. Kunst is kunst is kunst. Ware kunst heeft een intrinsiek, niet kwantificeerbaar, maatschappelijk doel. (Daarom wil Geert Wilders vooral -uiteindelijk- die kunst afschaffen) Wordt het maatschappelijk doel van kunst gediend met de benoeming van twee ingevlogen kunst-schouwen ? Wat komen ze doen ? Waarom krijgen ze voor hun vrijblijvende visie méér geld dan de laureaten van de Amsterdamprijs voor de Kunst, die tenminste bewezen hebben iets te betekenen voor Amsterdam.
Voldoen ze aan een Plan van Eisen ? Hebben ze een Plan van Aanpak ? Worden ze erop afgerekend ?.

Nee, nee, nee. Niks van dat al. De kunstschouwen mogen onverplicht hun gang gaan. Luchtfietsen. Geld verspillen. Iets van gips, met ornamenten, met zwarte schoenpoets verfraaid tot wat allure moet verbeelden voor de nouveau riche.

Geef mij maar een echte open haard. Met een verterend vuur.”