nieuwjaarsspeech Theo Stokkink

Nelly Frijda luistert in de GO Gallery naar de nieuwjaarsspeech van Theo Stokkink

Amsterdam heeft een groots verleden en wil ook een grote toekomst tegemoet gaan. Wie het verleden van Amsterdam slecht kent of niet heeft meegemaakt, moet zich maar eens gaan orienteren in het Amsterdams Museum.
Of luisteren naar de vele liedjes die daarover bestaan. Aan de Amsterdamse grachten is wereldberoemd.
Ik zelf luister van tijd tot tijd wel eens naar het jiddische Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen.
Weg is de gein, zegt het lied. Het gaat over wat er na de Tweede Wereldoorlog van Amsterdam was overgebleven.
Om heel andere reden lijkt datzelfde lied nu ook op de huidige tijdsgeest te slaan. Humor en de gein hebben nu plaats gemaakt voor stress, voor irritatie en onverdraagzaamheid. Amsterdammers lopen elkaar in de openbare ruimte voor de voeten, fietsen elkaar voor de sokken of voelen zich onveilig.

In het openbaar vervoer was het gebruikelijk je plaats af te staan aan een oudere, kom er nog maar eens om.

Het verleden van Amsterdam lijkt alleen nog maar een façade, terwijl het voort zou moeten leven in het heden en in de toekomst. Zonder verleden geen heden, zonder heden geen toekomst. De directeur van het Amsterdams Historisch Museum, Paul Spies, heeft dat blijkbaar goed begrepen, hij heeft de naam van het museum veranderd in Amsterdams Museum en dat kan niet eens tot misverstanden leiden in een tijd waarin vrijwel alle grote musea in Amsterdam gesloten zijn.

De politieke partij Red Amsterdam vindt dat wie het verleden van Amsterdam niet respecteert zich niet zou mogen bezighouden met de toekomst van Amsterdam. Dat beschouwen we simpelweg als karaktermoord.

Zonder dat respect raken we als Amsterdammers in de stress en vindt er op alle fronten kaalslag plaats. Red Amsterdam is dan ook alleen maar bereid om met respect voor het verleden in de toekomst van Amsterdam te investeren. Een Amsterdammer is altijd trots op zijn stad geweest. Voor een Amsterdammer heeft een stads-vernieuwer die zijn hand overspeelt, afgedaan. Meegaan met je tijd is uitstekend, maar megalomaan gedrag is verwerpelijk, net zo verwerpelijk als verkwisting van overheidsgeld, van geld dat niet in de knip zit.
Red Amsterdam heeft vier jaar de tijd gekregen om zich als lokale partij te profileren en het onmisbare van haar bijdrage in de gemeenteraad aan te tonen. We zijn nu een jaar oud en we willen als stadspartij absoluut een blijvertje worden. Een partij van en voor de burgers van Amsterdam.

Ja, we streven zelfs naar een standbeeld van een wethouder van Red Amsterdam, een standbeeld dat in de loop van deze eeuw nog zal verrijzen want het is opvallend hoe weinig standbeelden van wethouders er sinds dat van Wibaut zijn bij gekomen.
Amsterdam telt heel wat standbeelden: Andre Hazes, Spinoza, Johnny Jordaan, Multatulli, Theo Thijssen, Anne Frank, Kakadorus, Joost van den Vondel, Bredero, Max Euwe, Rembrandt van Rijn en noem ze allemaal maar op. Allemaal grote burgers van Amsterdam.
Ik zal u niet alle namen noemen van wethouders voor wie wij zeker geen standbeeld willen neerzetten.
Veel van die wethouders kwamen even langsfladderen, legden een drol en hebben ons, de Amsterdamse burgers, in de stank laten zitten.
Wij zijn een Amsterdamse stadspartij, opgericht door burgers waar niet naar werd geluisterd. En het adagium luidt: als je niet horen wil moet je maar voelen. Tot nu toe zijn het niet meer dan speldenprikken geweest. Speldenprikken richten weinig uit tegen het geweld van zo’n gigantische boor waar het college de stad met weinig respect voor het verleden mee te lijf gaat. En dat notabene ook nog onder de gordel.
Maar Amsterdam is niet in een dag gebouwd en laat zich dus ook niet in een dag afbreken. We verkeren tussen droom en daad. Het vraagt om enig uithoudingsvermogen.

Ik wens u een liefdevol en gelukkig 2011, vol humor en gein. Ik dank u voor uw aandacht.

Theo Stokkink, voorzitter Red Amsterdam