De fietstunnel van het Rijksmuseum – reactie van Maarten Lubbers op brief directeur Wim Pijbes

by Maarten Lubbers on Saturday, December 24, 2011 at 1:18pm (bron: Facebook)

Voor Het Parool is het natuurlijk altijd leuk als een big shot een ingezonden stuk opstuurt. Een zwaargewicht uit het Amsterdamse (en landelijke) culturele leven op de pagina Het Laatste Woord geeft de krant aanzien. Zo moeten we ook het paginagrote artikel in de krant van zaterdag 17 december met een enorme foto van het Museumplein zien van de Hoofddirecteur van het Rijksmuseum, de heer Wim Pijbes.

Op het eerste gezicht lijkt het een indrukwekkend betoog te zijn waar geen speld tussen te krijgen is, met veel voorbeelden uit de wereld van kunst & cultuur, uit heden en verleden, astronomisch toenemende bezoekersaantallen en voorspellingen dat deze nog veel groter zullen worden. Pybes noemt namen van buitenlandse steden waar volgens hem veel meer ruimte wordt bestemd voor voetgangers dan in Amsterdam, en waar het volgens Pijbes allemaal veel beter gaat. Met dit alles wil hij aantonen dat het Amsterdamse gemeentebestuur vooral moet doen wat hij wil, met name het afsluiten van de onderdoorgang onder het Rijksmuseum voor fietsers.

Pijbes wil deze al 100 jaar bestaande openbare ruimte en tevens een van de belangrijkste fietsroutes van de stad doodordinair aan de openbaarheid onttrekken en voor zijn museum in beslag nemen. Hij is niet de eerste bij het “privatiseren” van gemeenschapsgrond aan het Plein. Al eerder pikte het Amerikaanse consulaat met lelijke hekken, een politiepost en nu ook nog een gebouwtje, een stuk van het Plein af, gevolgd door het van Goghmuseum met zijn gesloten ronde Japanse klaagmuur, en nu het Stedelijk met de oogverblindend witte badkuip.De ruimtenood van deze beide musea had op een heel andere manier kunnen worden opgelost, waarbij op een respectvolle manier zou zijn omgegaan met de fraaie 19e eeuwse bebouwing rond het grootste Plein aan de rand van de Amsterdamse binnenstad.

Bij herlezing van Pijbes artikel blijkt er wel het een en ander niet te kloppen in zijn zogenaamd wetenschappelijk verantwoorde betoog. Het leidt tot de conclusie dat hij ongetwijfeld een knappe Hoofddirecteur van het Rijksmuseum is, maar dat hij kunsthistoricus is en blijft. En dat is nu eenmaal een ander vak dan dat van stedenbouwkundige.

Pijbes goochelt met sterk toenemende bezoekersaantallen voor het opnieuw te openen Rijksmuseum. Hij verwijst daarbij o.a. naar de Hermitage, een geheel nieuw schitterend museum dat opende in de tijd dat drie van de grootste Amsterdamse musea dicht waren. Ook wijst hij op het nieuwe Stedelijk. Dat was echter al geruime tijd deels opnieuw open, en er kwam vrijwel geen enkele bezoeker! Die enorme aantallen nieuwe bezoekers voor het nieuw te openen Rijksmuseum die Pijbes ons voorspiegelt, lijken uit de lucht gegrepen.Zeker is het mogelijk dat er meer bezoekers zullen komen, maar hoeveel dat er zullen zijn, in deze tijden van aanhoudende dreiging van internationale recessie, is hoogst onzeker.

In plaats van het nu rigoureus volgen van Pijbes’ wens – eis kun je beter zeggen – om de onderdoorgang geheel voor fietsers af te sluiten, zou het beter zijn, om te zeggen “OK, op Koninginnedag, bij de Uitmarkt, een mogelijke huldiging van Ajax en/of een groots muziekfestijn e.d., sluiten we de passage af”. Dat zal neerkomen op vijf tot tien keer per jaar. Gedurende de overige 355 – 360 dagen kunnen al die honderdduizenden Amsterdammers (en trouwens ook steeds meer toeristen!) er dus gewoon blijven fietsen. Als na enige tijd zou blijken dat de combinatie van voetgangers, bezoekers van het museum en fietsers toch niet goed mogelijk is zonder gevaren voor welke groep dan ook, kan altijd nog bekeken worden, welke alternatieve oplossingen mogelijk zijn.

Pijbes kreeg voor zijn plan – weg met de fietsen – steun van een paar BN’ers, die niet in de buurt van het museum wonen of werken. Er was ook een groep BN’ers die wel in de buurt wonen en/of werken en die pleitten voor het handhaven van de fietsroute. Daarnaast waren en zijn er de tienduizenden fietsers, georganiseerd in de fietsersbond, die ook vochten en nog steeds vechten voor de van oudsher bestaande fietsroute. Zij spreken natuurlijk ook voor de honderdduizenden fietsers die geen lid zijn van de bond.

Pijbes wijst in zijn stuk op het realiseren van voetgangersgebieden in de buurt van belangrijke culturele voorzieningen in Londen, Florence en Rome. Alsof Amsterdam niet al lang bezig is met het maken van voetgangersgebieden, zoals op het Leidseplein, het Rembrandtplein, het Waterlooplein en het Museumplein zelf!

Pijbes heeft gelijk als hij pleit voor een schone, veilige stad voor Amsterdammers en bezoekers en toeristen, een goed functionerend taxisysteem, meer beschaving en hoffelijkheid. Dat scooters inmiddels veel te veel onveiligheid veroorzaken doordat de overheid geen duidelijke regels stelt is ook waar. Daar moet wat aan gebeuren, bijvoorbeeld door een verbod van scooters op fietspaden. Wie in Amsterdam zou het niet eens zijn met deze mooie doelstellingen? Maar Pijbes’ afkeer van en verzet tegen fietsen en fietsers is onzin. Amsterdam is meen ik de stad ter wereld met de hoogste fietsersdichtheid. Dat is uitstekend voor het milieu, voor de veiligheid en voor het minimale ruimtebeslag.

Het Rijksmuseum wordt prachtig en Wim Pijbes is een inspirerende en uitstekende Hoofddirecteur, maar “schoenmaker, houd je bij je leest”. Het is te hopen dat B&W en de Gemeenteraad van Amsterdam het hoofd koel houden, verstandige beslissingen nemen die het beste zijn voor het Museumpleingebied en de hele stad, en zich niet laten imponeren door de privémening van de belangrijkste BoBo van het Museumplein die in een aantal opzichten niet of onvoldoende met feiten en bewijzen is onderbouwd.

ir. Maarten Lubbers, stedenbouwkundige, woonachtig bij het Museumplein.

Deze brief is een reactie op de bijdrage van Wim Pijbes in het Laatste Woord van Het Parool (bron: Parool.nl)

zaterdag 17 december 2011

Aan de vooravond van culturele bloei

 

Dit jaar begon in Amsterdam onmiskenbaar de culturele potentie van de stad te gloren. Met de heropening van het Scheepvaartmuseum, recordbezoekcijfers in het Van Gogh Museum, het Rijksmuseum, Foam en de PAN kunst en antiekbeurs beleefde Amsterdam in 2011 een bloeiend cultureel jaar.

Het succes is opvallend genoeg even onverwacht als onverklaarbaar. Natuurlijk, er waren interessante tentoonstellingen, maar dat kan niet de reden zijn. Immers, van echt grote internationale evenementen was in 2011 geen sprake. Bovendien maken de bezuinigingen dat de kunstwereld gedwongen een forse stap terug doet. De enige verklaring moet dan ook zijn dat Amsterdam gewoon meeprofiteert van het wereldwijd groeiende cultuurtoerisme.

De geweldige bezoekcijfers zijn echter allerminst reden om achterover te leunen, eerder het tegenovergestelde. Wie zich realiseert wat er allemaal in de startblokken staat tussen nu en medio 2013 beseft ook dat Amsterdam zich nu moet voorbereiden om de aanzwellende bezoekersstroom op passende wijze te accommoderen. Daartoe is een grote gemeenschappelijke inspanning nodig. De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Met de benoeming van een nieuwe City Marketing Officer is alle energie van stedelijke promotie onder een centrale leiding gebracht. De heropeningen van het Rijksmuseum en Stedelijk zijn in zicht. Ondertussen verrijst het splinternieuwe Filmmuseum en aan de stadsrand de spectaculaire Ziggodome en een nieuwe generatie hotels maakt zich op voor de verwachte drukte. Alles wijst er op dat Amsterdam aan de vooravond van een culturele derde Gouden Eeuw staat. En recent vond de aftrap voor het Grote Jubeljaar 2013 plaats. Het is nu zaak voor het stadsbestuur de altijd beperkte gelden zo efficiënt mogelijk aan te wenden.

Voor het maken van deze noodzakelijke keuzes mag Amsterdam de ogen niet sluiten voor de realiteit. Overal in de wereld worden nieuwe musea overspoeld met telkens meer bezoekers dan voorspeld. De nieuwe American Wing in Boston trok op de eerste dag 16.000 bezoekers, het nieuwe MAS in Antwerpen verwelkomde 650.000 bezoekers in de eerste maanden, het nieuwe Centre Pompidou in Metz vergelijkbare cijfers, het Ashmoleon in Oxford 1,2 miljoen. In Amsterdam trok de Hermitage in de eerste maanden 1 miljoen bezoekers en kan het hernieuwde Scheepvaartmuseum de bezoekersstroom ternauwernood aan. Ook bestaande musea zien een sterke toename, in Londen is het aantal bezoekers in tien jaar verdubbeld.

Deze ontwikkelingen maken dat ook bezoekersprognoses voor het nieuwe Rijksmuseum, het Stedelijk en het te renoveren Van Gogh Museum in 2013 naar boven moeten worden bijgesteld. Het scenario voor het Rijksmuseum, aanvankelijk gebaseerd op 1,5 miljoen bezoekers, wordt nu doorgerekend met twee tot drie miljoen bezoekers. Dat betekent dat de openbare ruimte rond het Museumplein en dus ook de centrale entree in de Passage, moet worden ingericht met het oog op deze toekomst. Nu al trekken de culturele instellingen rond het Museumplein 3,5 miljoen bezoekers. Nergens in Nederland komen op een vergelijkbaar klein oppervlak dergelijke aantallen. Daarboven komen nog de deelnemers aan activiteiten op het Museumplein, dagjesmensen en passanten. Na de heropening van de grote musea stijgt het reguliere aantal bezoekers tot boven de vijf miljoen. Dan is het zaak dat met ingang van 2013 lokale verkeersstromen daaraan worden aangepast om chaos te voorkomen.

Ter vergelijking: vorige zomer is in London een gedeelte van Trafalger Square tot voetgangersgebied verklaard en ontstond een verkeersvrije zone tussen de National Gallery en Nelsons’ Column. In de zomer zijn om dezelfde reden grote delen van Florence en Rome voetgangersgebied. Het lokale verkeer heeft zich goed hervonden en de voetgangers kunnen zich nu veilig tussen de bezienswaardigheden bewegen.

Nu, op elk denkbaar moment, staan ergens op de wereld mensen oog in oog met Rembrandt. Wie geniet van Rembrandt, Van Gogh of één van die andere vele kunstenaars die Nederland voortbracht, denkt automatisch aan Amsterdam. Bezoekers uit de hele wereld zullen blijven komen, in de toekomst in sterk toenemende mate. Het jaar 2013 is voor Amsterdam cruciaal om de wereld te laten zien wat de stad te bieden heeft. Er rest nog een jaar om orde op zaken te stellen. Amsterdam is immers een fantastische toeristenbestemming met enorme groeipotentie. Deze zal in 2013 in volle hevigheid tot wasdom komen. Een belangrijk deel van de stedelijke economie hangt hiermee samen. En dus moet nu op korte termijn duidelijkheid komen wat te doen om de stad voor te bereiden op de enorme toestroom van bezoekers.

Die bezoekers willen een taxi nemen die ze zonder omwegen op plaats van bestemming brengt. Ze willen heelhuids de straat oversteken zonder ondersteboven te zijn gereden door fietser of scooter. Ze willen door een schone stad wandelen en hoffelijk bejegend worden door haar inwoners. Lange tijd gold het hatsekidee van de Amsterdamse tofheid als charmant en vrijgevochten. Die charme is op de achtergrond geraakt en ‘I Amsterdam’ is vrij vertaald tot ‘eerst ik en dan de stad’. Dat roer moet om en gelukkig heeft het stadsbestuur dit jaar de juiste koers gekozen. Wethouder Andrée van Es riep in mei op tot meer hoffelijkheid en burgemeester Eberhard van der Laan ontpopt zich in zijn beleid als een Giuliani aan de Amstel. En Amsterdam kan nog veel beter. Laten we nu met positieve energie keuzes maken zodat Amsterdam ook na 2013 ‘loveable’ voor bezoekers en ‘liveable’ voor bewoners wordt.

Wim Pijbes, Amsterdam,

Hoofddirecteur Rijksmuseum

Slotbeschouwing begroting 2012 door Pitt Treumann

We gaan weer een jaar in met zware bezuinigingen. En dit zal niet de laatste ronde zijn. Ook de volgende jaren zullen we weer moeten gaan snijden in de begroting.

De rekening van deze bezuinigingen leggen we, net als het rijk, gewoon bij de Amsterdammer.

En dat is vreemd, want aan de andere kant gaat het geld met bakken de deur uit naar grote – vaak onnodige – prestige projecten. Miljoenen gaan er naar een Olympische fantasie; een onderzoek naar de verzelfstandiging van de haven, waarvan het havenbedrijf zelf het economisch nut nog niet heeft aangetoond. Een niet te dempen bodemloze put van de gemeentelijke ICT. Cultuurgebouwen die ons onnodig tientallen miljoenen extra kosten, zoals het Stedelijk en MuzyQ. Diverse projecten onder beheer van de dIVV: De hogesluisbrug, De Utrechtsestraat, de renovatie van de Oostlijn, stuk voor stuk projecten die in tijd en geld ver boven budget gaan. Met miljoenen.

We gaan grote aantallen ambtenaren ontslaan en de mensen die hun baan mogen behouden kleden we maximaal uit. Maar aan de andere kant van het spectrum stellen we directeuren bij het GVB en bij de dienst ICT aan, die beiden twee keer zo veel verdienen als de premier. Argumenten als: We gaan er niet over, of Het past binnen de aanbestedingsregels maken het niet minder pervers.

En dan hebben we ook nog een paar investeringsprojecten waarvan we geen idee hebben of ze gaan renderen. Project 1012, een nieuwe zeesluis, het AIF. En het idee van IJburg 2 willen we maar niet vergeten, ondanks dat we weten dat we het de komende jaren niet rond gaan krijgen.

De lessen van de Noord-Zuidlijn kennen we allemaal, maar echt toegepast zijn ze in al deze gevallen nog niet.

Het zijn allemaal bleeders, voorzitter. Grote projecten, waarnaar ongekend grote bedragen weglekken. Geld dat we hard nodig hebben om het leven van de Amsterdammer te verbeteren. Als we dat op een voortvarende manier willen doen, dan moeten we daar iemand bovenop zetten, iemand die al zijn tijd en energie stopt in het stoppen van deze bleeders en de geldzaken van Amsterdam weer op orde krijgt. Een exclusieve wethouder van financiën. Het college geeft aan dat dat niet nodig is, omdat iedere wethouder een beetje wethouder voor financiën is. Maar als ik het lijstje van daarnet teruglees, dan denk ik eerder dat we 1 deeltijdwethouder voor financiën hebben en 6 wethouders tegen financiën. Daarom handhaven we onze motie, juist sterkt het pre-advies juist onze oproep: Laat één van u zich alleen met het geld bezig houden. Dat zou volgend jaar een paar draconische maatregelen kunnen schelen.

Deze raad heeft in de vorige vergadering de hoofdlijnen voor het kunstenplan met de bijbehorende bezuinigingen al vastgesteld, maar wij blijven van mening deze bezuinigingen ondoordacht zijn en een slechte basis geeft voor de Amsterdamse kunstsector. Het afbraakbeleid van deze kunsthatende regering wordt door B&W met de mond bestreden, maar met de daad gesteund.

Daarnaast kunnen we in de kunstwereld nog een aantal onvermijdelijke tegenvallers verwachten de komende jaren. Naast het grote aantal extra aanvragen, die we binnen gaan krijgen, maar niet kunnen honoreren, moet je dan denken aan verhoogde exploitatiekosten voor het Stedelijk Museum en De Appel, financiële problemen bij het Muziekgebouw aan het IJ, de beschadigde kunst in de Oostlijn stations en vooral de effecten voor de economie en de bijstand door de gedwongen ontslagen van personeel en ZZP’ers in de kunstsector.

Het argument: die 10 miljoen bezuiniging op kunst staat in het programma akkoord, dus moeten we uitvoeren is wat ons betreft kortzichtig en we hebben in de reacties gezien dat ook de PvdA en GroenLinks hier slechts schamend aan hebben toegegeven.

We steunen het amendement van D66 om deze bezuinigingen ongedaan te maken dan ook van harte. Maar mocht deze het niet halen, hebben wij ons eigen amendement aangepast. We vragen u om het nog niet meegerekende surplus op de renteinkomsten van 2011 en 2012 te reserveren voor het kunstenplan, met een maximum van 5 mio euro per jaar. Dit zou een extra ruimte in het kunstenplan  kunnen creëren van 2,5 mio euro per jaar.

Door dit zeer beperkte amendement te steunen kunt u het gezicht van Amsterdam nog een beetje redden.

Er is een motie die ik er bij deze gelegenheid er uit wil nemen. En dat is de gewijzigde motie van Van der Ree over het structureel maken van de bewakingskosten van Joodse religieuze instellingen, met name de Joodse School in Zuid. We hebben daar onlangs met andere fracties een bezoek aan deze ommuurde en bewaakte school gebracht en ik vind het verbijsterend dat het in Amsterdam van 2011 nodig is om kinderen te bewaken om ze te bechermen. Ik schaam me voor deze school. Waar het onmogelijk is voor joodse kinderen vrij van en naar school te begeven en zich op school vrij te voelen. Amsterdam moet zich schamen dat deze misstand kennelijk blijft bestaan en dat er geen echt plan van aanpak is. Het is bedroevend dat B&W zelfs voor dit kleine bedrag geen structurele oplossing hebben gevonden. En nog beschamender is dat men aangeeft het beschikbare geld in plaats daarvan aan cameratoezicht van onder andere voetbalvandalen wil besteden, hoe noodzakelijk dat laatste ook is.

Ik zal dus met deze aantekening voor deze motie stemmen, met de wens dat bijvoorbeeld bij de kadernota er wel tot een permanente oplossing gekomen wordt, voor zolang deze helaas nodig is.

 

Pitt Treumann, gemeenteraadslid Red Amsterdam