Geef Nederland haar top-museum voor hedendaagse kunst terug

Wanneer de Kunstraad op 15 juni haar definitieve advies over de verdeling van de vierjaarlijkse cultuursubsidies van de stad Amsterdam presenteert, zal duidelijk worden waar de klappen vallen. De grootste klap is evenwel al bekend: die wordt uitgedeeld aan het Stedelijk Museum, dat jaarlijks liefst 4 miljoen minder subsidie zal ontvangen dan gevraagd. Er is dan ook veel gevraagd: waar andere culturele instellingen zichzelf al een bezuiniging oplegden, vraagt het Stedelijk Museum om miljoenen meer subsidie dan het de afgelopen jaren ontving. Overigens begrijpelijk, als je bedenkt dat het nieuwe, grotere museum met fors hogere huisvestings- en tentoonstellingskosten te maken krijgt.

 

Het artikel van Roderic over het Stedelijk Museum in de rubriek het laatste woord van Het Parool

Het gat van 4 miljoen tussen vraag en aanbod is echter onoverbrugbaar, tenzij een andere instelling wordt opgeofferd, zoals het wereldberoemde Concertgebouworkest, de Stadsschouwburg of het Nationale Ballet. Dat is onacceptabel en dus onbespreekbaar.

‘artist impression’ Nieuwbouw Benthem-Crouwel Stedelijk Museum Amsterdam

De ambities van het Stedelijk Museum en de Amsterdamse gemeenteraad zijn altijd geweest om van het Stedelijk weer een toonaangevend museum te maken, behorend tot de wereldtop op gebied van hedendaagse kunst. De ingrijpende verbouwing en uitbreiding, waardoor het museum jarenlang gesloten was, maakten deel uit van die ambities. De Kunstraad heeft nu de grond onder die ambities weggenomen, door te verklaren dat het Stedelijk zelfs met 4 miljoen per jaar meer, niet meer tot die wereldtop zal gaan behoren. Daarvoor is het personeelbestand te vergrijsd en zijn de aankoop- en tentoonstellingsbudgetten ontoereikend om de concurrentie met andere topmusea voor hedendaagse kunst aan te kunnen gaan, aldus Kunstraadvoorzitter Gerard de Kleijn.

Het door de Kunstraad als enige uitweg gepresenteerde alternatief is dat de gemeente besluit om 4 miljoen extra uit te trekken. Niet alleen mag duidelijk zijn dat de gemeente de miljoenen momenteel bepaald niet voor het oprapen heeft liggen, bovendien laat de Kunstraad er geen misverstand over bestaan dat niets deze uitzonderingspositie rechtvaardigt. Waarom moet Amsterdam zich nog dieper in de schulden steken voor een museum dat ook met dat geld de aansluiting met de wereldtop niet meer zal vinden? Hoe leg je dat uit aan al die andere culturele instellingen die hun subsidie sterk zien afnemen of zelfs verdwijnen? En hoe leg je dat uit aan Amsterdammers, of zij nu kunstliefhebbers zijn of niet?

In tijden van grote bezuinigingen zijn creatieve en pragmatische oplossingen nodig, die verder gaan dan de alternatieven die de Kunstraad biedt.

Het Stedelijk Museum is jaarlijks een aanzienlijk bedrag kwijt aan het conserveren van haar collectie: de opslag en het onderhoud van tienduizenden kunstobjecten die niet worden tentoongesteld. Dit bedrag zou het Stedelijk jaarlijks direct kunnen besparen door haar conserveringsfunctie over te dragen aan het veel vermogender Rijksmuseum. De collectie 17e-, 18e- en 19e-eeuwse kunst van het Rijksmuseum is omvangrijk en vermaard, maar de collectie moderne kunst is aanzienlijk beperkter. Deze overdracht dient onder voorwaarden te zijn, waarbij zij het recht houdt om stukken uit de collectie te gebruiken voor de eigen tentoonstellingen en uit te mogen lenen aan andere internationale musea voor moderne kunst. Daarmee kan het Stedelijk zich concentreren op het presenteren van tentoonstellingen die het museum terugbrengen naar de wereldtop.

En een terugkeer naar deze wereldtop is niet alleen goed voor het Stedelijk Museum of voor Amsterdam: een museum voor hedendaagse kunst van internationale topklasse is van belang voor heel Nederland. Ligt het dan niet voor de hand dat niet een gemeente, maar de rijksoverheid verantwoordelijkheid draagt voor de continuïteit van dit museum? Een alternatief ligt dan ook in de opwaardering van de status van het Stedelijk tot rijksmuseum.  De Rijksoverheid kan het Stedelijk Museum (dat dan bijvoorbeeld Rijksmuseum voor Hedendaagse Kunst of misschien wel het internationaal aantrekkelijkere Sandberg Museum zal gaan heten) financieel meer mogelijkheden tot groei en vooruitgang bieden dan waartoe de gemeente Amsterdam in staat is.

Amsterdam kan het Stedelijk Museum nu gebruik laten maken van de uitstapregeling die het Kunstenplan culturele instellingen biedt: in plaats de komende vier jaar jaarlijks een bedrag, krijgt de instelling die van deze regeling gebruik wil maken in één keer het bedrag dat gelijk staat aan drie jaar subsidie, waarna de instelling definitief uit het Kunstenplan van de gemeente treedt. Het Stedelijk zou dit bedrag, ongeveer 35 miljoen euro, kunnen inzetten tijdens de overbruggingsperiode waarin het museum van Stedelijk naar Rijks promoveert.

Want het wordt tijd dat we weer een museum krijgen waarbij het niet meer gaat om de verbouwing, de jarenlange sluiting of het geld, maar om de kunst.

Met spannende ontregelende exposities, waarbij we de Gilbert & George van de volgende generatie weer op de trappen kunen tegenkomen, waar schoolkinderen zich weer kunnen vergapen aan de Malevitsj collectie en waar we weer bang kunnen worden van Rood, Geel en Blauw.  Het gebouw is er in ieder geval klaar voor.

Roderic Evans-Knaup

Fractievoorzitter en woordvoerder Kunst & Cultuur van Red Amsterdam in de Amsterdamse gemeenteraad.