Raadsleden, trek uit die fluwelen handschoenen

Lees hieronder het opiniestuk van Floris Lieshout, dat op woensdag 15 augustus onder de kop “Geef steun aan Pussy Riot” gepubliceerd werd in het Parool (Het Laatste Woord):

Madonna, Sting, Red Hot Chili Peppers, Pete Townsend, Neil Tennant: allemaal betuigden zij al hun steun aan de gearresteerde leden van Pussy Riot, die momenteel in Rusland terecht staan voor het verstoren van een kerkdienst. Vorige week sloten Tofik Dibi en Arjan El Fassed (GroenLinks) zich bij hen aan. Zij willen dat minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken de Russische ambassadeur op het matje roept om hem aan te spreken op deze zoveelste aanval op de vrijheid van meningsuiting in Rusland.

Het is verleidelijk om te constateren dat dit verkiezingsretoriek is van twee (kandidaat-) Kamerleden die, zoals het er nu voorstaat, zonder voorkeursstemmen straks niet meer op een zetel in de Tweede Kamer hoeven te rekenen. En het is al te gemakkelijk om cynisch op te merken dat El Fassed en Dibi hun grote mond pas opzetten op een moment dat de halve Westerse wereld dit ‘showproces’ al heeft veroordeeld en zelfs president Poetin zich onder deze druk al genoodzaakt zag om te verklaren dat de vrouwen wat hem betreft ‘niet te streng worden beoordeeld’. Maar daarmee zouden El Fassed en Dibi tekort gedaan worden. Want het is goed en belangrijk dat politici de moed hebben om zich uit te spreken en deze onderdrukking te veroordelen.

Eerder dit jaar kwam de bedreiging van de vrijheid van meningsuiting in Rusland al eens ter sprake in de Amsterdamse gemeenteraad. Namens Red Amsterdam vroeg duo-raadslid Onno van Buuren aandacht voor onlangs in Sint Petersburg aangenomen wetgeving, die bepaalt dat het ‘propageren’ van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender thema’s strafbaar wordt. Daarmee is het dus (ook voor hetero’s) verboden om te demonstreren voor homorechten, maar bovendien om erover te debatteren of zelfs maar te schrijven. Red Amsterdam heeft een dringend beroep gedaan aan de gemeenteraad om zich hiertegen uit te spreken en haar Russische collega’s op te roepen deze discriminerende en onderdrukkende wetgeving te verwerpen. Helaas wilde de raad  zover niet gaan: “wij spreken andere landen of steden nooit op hun regelgeving aan”, was de verklaring. Een compromis werd gevonden in het officieel uitnodigen van een Russische gay-activiste tijdens de Amsterdamse Gay Pride.

Maar juist als je andere landen en steden normaal gesproken niet aanspreekt op hun regelgeving of rechtspraak, maakt het indruk wanneer je dat een keer wel doet. Bijvoorbeeld wanneer die regelgeving of rechtspraak indruist tegen alles waar wij als tolerante en progressieve stad of als gewezen gidsland voor staan.

Bijvoorbeeld wanneer er voor drie jonge vrouwen (waarvan twee jonge moeders) zeven jaar gevangenis dreigt, voor het verstoren van een kerkdienst. Of bijvoorbeeld, wanneer je vervolgd wordt voor het openlijk uitdragen, steunen of zelfs maar bespreken van homoseksualiteit. Juist dan maken stevige woorden en kritische vragen meer indruk dan fluwelen handschoenen.

Natuurlijk is het een keurslijf waarin de politiek zich bevindt, zij ziet zich met handen en voeten gebonden aan diplomatieke en handelsbetrekkingen. Maar raadsleden zijn geen wethouders en Kamerleden geen ministers. Het zijn volksvertegenwoordigers, die staan voor hun beloften en hun principes. En zij kunnen vrijuit spreken.

Soms is daarvoor moed en een grote mond gevraagd – en enig opportunisme geoorloofd.