Geen Frankenstein. Eerst de inhoud, dan de vorm.

Op woensdag 28 november werd in de raadsvergadering door de gemeenteraad gesproken over het collegevoorstel om in te stemmen met de hoofdlijnen van het nieuwe bestuurlijk stelsel. Red Amsterdam heeft zich bij de voorbereiding van dit onderwerp in de raadscommissies steeds kritisch uitgelaten over de procedure die gevolgd is door het college en de coalitiepartijen, waarbij onzes inziens de verkeerd prioriteiten worden gesteld. Red Amsterdam is van mening dat bij een nieuw bestuurlijk stelsel eerst in hoofdlijnen een inhoudelijk akkoord moet worden bereikt over de toekomstige taken en bevoegdheden die aan de stadsdelen worden toegewezen. Red Amsterdam heeft gedurende het debat meerdere moties en amendementen ingediend of mede-ondertekend om het voorstel te repareren. Deze pogingen hebben er niet toe geleid dat het voorstel zodanig is gewijzigd dat Red Amsterdam met de hoofdlijnen kon instemmen. Desondanks heeft een meerderheid in de gemeenteraad van de PvdA, de VVD en GroenLinks ingestemd met de hoofdlijnen van het nieuwe bestuurlijk stelsel.

Hieronder de toespraak van fractievoorzitter Roderic Evans-Knaup in de raad, tijdens de bespreking van dit onderwerp.

Een aantal weken geleden werd, tijdens een ledenvergadering van de PvdA, het proces van bestuurlijke vernieuwing door collega De Wolf omschreven als het neerzetten van een skelet waaraan later het vlees wordt geregen.
Niet alleen is het een tamelijk onsmakelijke vergelijking, het is bovendien al eens eerder gebeurd. Door Victor Frankenstein.

In de hoop een vriend en metgezel te maken, creëerde hij een wezen door ledematen van verschillende lijken aan elkaar te naaien en het een levenselixer te geven.

Het resultaat kennen we allemaal: een monster.

Het monster van Frankenstein

Een monster creëren. Naar mijn mening is het niets anders dan wat wij nu ook aan het doen zijn. In die zin kan ik de vergelijking van collega De Wolf dus wel volgen.

We creëren een monster, omdat we onszelf opschepen met een geraamte waarvan we nog niet weten wat het moet kunnen, wat het mag en wat het niet mag. Moet het lichaam goed kunnen zwemmen, rennen, of springen? Moet het sterk zijn of lenig?

Pas als we weten wat iets moet kunnen of doen, kun je nadenken over de vorm.
Volgens ons werkt het hier niet anders.

Maar zonder te weten welke taken en bevoegdheden we aan de stadsdelen willen overdragen, heeft de coalitie al gekozen voor de vorm. Een vorm die verdacht veel lijkt op de oude stadsdeelraden, maar dan in het klein.
Vorm zonder inhoud. Dat is de omgekeerde volgorde.

En toch moeten we het hier vandaag over hebben. Moeten we vandaag instemmen met dit voorstel. En dat is raar, want eigenlijk valt er niets te kiezen.

Vooruitlopend op de bespreking van dit onderwerp zei ik vanmiddag, tijdens de hoorzitting met wethouder Hilhorst, “Red Amsterdam heeft graag iets te kiezen”.
“Je kunt ja of nee zeggen”, reageerde collega Van der Ree op Twitter.
Maar dat is geen keuze.

De noodzaak van een nieuw bestuurlijk stelsel in Amsterdam is geen keuze en nee zeggen tegen bestuurlijke vernieuwing is geen optie. Er is alleen ja.
Als ik naar een restaurant ga, dan is de vraag niet of ik wel of niet iets wil eten.
Die keuze heb ik dan al gemaakt. Maar ik wil wel kiezen wát ik ga eten.

Vandaag wordt de raad gevraagd in te stemmen met dit voorstel. Als we akkoord gaan met dit voorstel, zitten we vast aan een vorm zonder inhoud. En als we niet akkoord gaan? Dat weten we niet.

Op dit moment rest ons dus niets anders dan het voorliggende voorstel te repareren.
Reparaties die nodig zijn, zodat we straks niet voor een voldongen feit staan:
Een balletdanser in het lichaam van een bokser, met een slecht zittend pak uit de jaren 80.

Daarom zouden wij graag een tweede variant uitgewerkt willen zien, zoals men ook in Rotterdam heeft gedaan. De variant van de wijkadviesraden.

Mocht de coalitie de handen dusdanig strak op de rug hebben gebonden met hun achterkamertjesakkoorden en afdelingsresoluties dat ze zelfs het onderzoeken van een tweede variant niet kunnen toestaan, dan kunnen wij niet anders dan nu al kleur bekennen.

Wij denken dat bestuurscommissies met direct gekozen leden, zelfs met de maximaal toelaatbare taken en bevoegdheden, een diffuse fopdemocratie oplevert.
Diffuus, omdat de Amsterdammer straks zo mogelijk nog slechter weet bij welke bestuurslaag hij waarvoor terecht kan.
En een fopdemocratie, omdat het slechts lijkt alsof de gekozen leden zonder last of ruggenspraak opereren en uitsluitend verantwoording afleggen aan de kiezer. In werkelijkheid vallen de bestuurscommissies echter onder de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en het college.

Bovendien voegt een verkiezing niets meer toe. Door het beperkte aantal leden per commissie zal de kiesdrempel hoger worden en zullen alleen de grote partijen nog in de stadsdelen vertegenwoordigd zijn. De Amsterdammer vindt dat geen probleem, die wil gewoon dat de stad goed wordt bestuurd. Dus waarom zou je de leden van de bestuurscommissies dan niet rechtstreeks door de gemeenteraad laten kiezen?

Voorzitter, zoals al eerder gezegd, vandaag nemen wij een half besluit.  En dat is wat ons betreft in de huidige vorm niet goed en daar kunnen we onmogelijk mee instemmen.

* * *

Al op 11 mei 2011 beschreven Roderic Evans-Knaup en Pitt Treumann een alternatief. Lees nog een keer het Laatste Woord van het Parool hieronder, of het artikel op de website over Buurtkantoren

Buurtkantoor staat dichter bij de burger

Het opinieartikel van Pitt Treumann en Roderic Evans-Knaup in het Parool