Als we willen dat alles beter wordt, moet alles écht veranderen

“Onwillekeurig heb ik de afgelopen weken regelmatig aan de Italiaanse filmklassieker Il Gattopardo van Visconti moeten denken. Il Gattopardo gaat over het machtsverval van een adellijke familie op Sicilië, ten tijde van de nationalistische revolutie in Italië rond 1860. De jonge Siciliaanse prins Tancredi, besluit zich aan te sluiten bij de troepen van Garibaldi, de leider van de revolutionairen. Zijn oom, Don Fabrizio, begrijpt hier niets van. De eenwording van Italië is immers niet in het belang van de adel en bovendien is hij bang om zijn geliefde neef kwijt te raken in een zinloze oorlog.
Wanneer hij zijn neef probeert te weerhouden, spreekt Tancredi de beroemde en onsterfelijke woorden:“Geloof me, oom. Als we willen dat alles blijft zoals het is, dan moet alles veranderen.”

Het was mevrouw Moorman (PvdA), die me aan deze uitspraak herinnerde, toen ze die vorige week gebruikte in haar bijdrage in de commissie Algemene Zaken over het bestuurlijk stelsel. En dat was eigenlijk wel toepasselijk.

Want Tancredi heeft een plan: als de adel haar positie wil behouden, moet zij met de tijd meegaan. Het Koninkrijk Sicilië gaat ten onder, maar Tancredi heeft de machtige positie van een nieuwe adellijke generatie veilig gesteld. Goed plan.

En dan dit plan. Het plan voor een nieuw bestuurlijk stelsel voor Amsterdam.
Het kreeg al vele namen. Van “liefdesbaby” tot “constitutionele rommelpot”.
Van “een skelet waar het vlees nog aangeregen moest worden” tot een “balletdanser in het lichaam van een worstelaar”. Maar weet u hoe het nog nooit genoemd is?

Een goed plan.

Het is geen geheim dat dit college, als het aan haar had gelegen, het bestuurlijk stelsel van stadsdeelraden nooit zou hebben afgeschaft.
Maar wetgeving uit Den Haag zorgde ervoor dat het college, met oprechte tegenzin, een nieuw plan moest ontwikkelen.

Maar dit is geen nieuw plan. Eigenlijk is het niet eens een plan.

Het college heeft het stelsel van deelraden afgebroken en vervolgens geprobeerd om het, met minder en met slechtere stenen, opnieuw in de oude vorm op te bouwen.

Soms moet alles veranderen, opdat alles bij het oude blijft…

Oude wijn in nieuwe zakken, maar ook de nieuwe zakken zijn inmiddels al meerdere malen provisorisch gerepareerd. Omdat er zo veelvuldig op geschoten is, dat de wijn er aan alle kanten uit kwam lopen. En over dit gelijmde, geplakte en gedotterde voorstel wordt vandaag een besluit genomen. En dat is op zijn minst een verrassing te noemen.

Een verrassing, omdat het toch bekend is dat de verschillende collegepartijen inhoudelijk sterk van mening verschillen over de toekomst van de stadsdelen. En toch zien zij blijkbaar alle drie een plan dat op hun goedkeuring kan rekenen.

Het doet vermoeden dat ergens in de Stopera, verstopt in een vergeten kamer in een afgesloten gang, de Spiegel van Neregeb staat. De betoverde spiegel uit de Harry Potter-boeken, die niet de werkelijkheid weerspiegelt, maar die je laat zien wat je het allermeest begeert. De spiegel waarin iedereen iets anders ziet:

De één ziet taakrijke politieke bestuurscommissies, de ander ziet bestuurscommissies met beperkte bevoegdheden.

De één ziet maatwerk, de ander ziet minimale beleidsvrijheid.

De één ziet lokaal georganiseerde inspraak, de ander ziet een tweede kans voor de Amsterdammer bij de gemeenteraad.

De één ziet directe verkiezingen, de ander ziet een decimering van het aantal raadsleden.

De één ziet alles veranderen. De ander ziet alles blijven zoals het is.

Maar de kans dat je hetzelfde ziet als een ander is bijzonder klein. En dat maakt de spiegel gevaarlijk. Je kunt blijven hangen in het wensbeeld dat je wordt getoond en daarmee de werkelijkheid buiten het spiegelbeeld uit het oog verliezen. Een werkelijkheid die anders is: ingewikkelder, weerbarstiger. En vooral: realistischer.

Red Amsterdam is vanaf haar oprichting een voorstander van het op termijn afschaffen van de deelraden geweest. Dus je zou denken dat we tevreden zijn.
Maar dat zijn we niet. Waarom niet? Omdat de afschaffing van de deelraden een illusie is. Een optische illusie.

We tonen de spiegel aan Den Haag en zeggen: “kijk, de deelgemeenten zijn afgeschaft!” We laten zien wat ze willen zien. Maar het is niet de werkelijkheid. En het is ook maar de vraag of ze zich er door laten betoveren.

Laat er geen misverstand over bestaan: Red Amsterdam gelooft niet in stadsdelen. Wat ons betreft zorgen de stadsdelen voor een willekeurige en onlogische indeling van de stad. Red Amsterdam gelooft in de natuurlijke indeling van wijken en in buurten, die samen niet zeven, maar één organisch geheel vormen: Amsterdam.

Als ik in de Spiegel van Neregeb kijk, zie ik een stad die bestuurd wordt door een sterk centraal stadsbestuur. Dan zie ik adviserende wijkraden en buurtkantoren, waar Amsterdammers terecht kunnen voor gemeentelijke diensten. Dan zie ik een stadsdeelregisseur die inspraak faciliteert en die in directe verbinding met het stadsbestuur staat. Dan zie ik politiek in de Stopera en uitvoering, dienstverlening en direct contact met de Amsterdammers in de stadsdelen. Zonder een vage politieke tussenlaag.

Wij zijn er van overtuigd dat 45 raadsleden, 7 wethouders en 1 burgemeester in staat zijn om deze stad goed te besturen. Natuurlijk, Amsterdam is groter dan Den Haag, groter dan Utrecht of Amersfoort. Maar laten we niet doen alsof we een onbestuurbare miljoenenstad zijn. Laten we ons niet groter maken dan we zijn en laten we het vooral niet ingewikkelder maken dan het is.

Het vertrouwen van de Amsterdammer in de politiek wordt niet vergroot door allerlei taken en bevoegdheden te fragmenteren. Het wordt niet vergroot door te zeggen: wij besturen de stad, maar iemand anders bestuurt jouw stadsdeel, jouw buurt. Jouw straat. Dat je voor het ene hier moet zijn en voor het andere daar. En soms zelfs op beide plekken. Het vertrouwen wordt niet vergroot door de illusie van meer democratie, maar door de stad eenduidig en daadkrachtig te besturen. Dat is wat de Amsterdammer van ons wenst.

Red Amsterdam zal dit voorstel voor een nieuw bestuurlijk stelsel dan ook niet steunen. Wij weten waar wij heen willen met Amsterdam, en dit is niet de juiste weg er naartoe. Het grootste bezwaar, een onoverkomelijk bezwaar, zien wij in het houden van directe verkiezingen voor de bestuurscommissies.
Wie de politiek én de Amsterdammer ernstig neemt, kan niet akkoord gaan met de concurrerende kiezerslegitimatie die het gevolg zal zijn van dit voorstel.

Ja, de wetgeving staat directe verkiezingen voor de bestuurscommissies toe.
Maar wij zijn van mening dat politici niet twee meesters kunnen dienen.
Politici en bestuurders in de stadsdelen die én aan de kiezer én aan de centrale stad verantwoording moeten afleggen, zijn in beginsel vleugellam.
En wij, de politici in de centrale stad, zullen voortaan drie keer moeten nadenken voordat we ingrijpen in het beleid van democratisch gekozen volksvertegenwoordigers. Terwijl de uiteindelijke verantwoordelijkheid wel bij ons ligt. Dat geeft een flinke last. Misschien zelfs wel een ongeoorloofde last.

Het is een paradox die een daadkrachtig en transparant bestuur van de stad meer kwaad dan goed zal doen.

Goed, tot zover ons principiële standpunt. Nu het realisme.
We weten dat er een meerderheid is voor dit plan, en dat vraagt om een constructieve opstelling.

Talentvolle politici zijn niet per definitie capabele bestuurders, net zo min als goede en ervaren bestuurders per definitie geschikt zijn als politicus.
In het huidige voorstel ligt het voor de hand dat partijen ten minste één goede bestuurder hoog op de lijst zetten, voor het geval dat er een lid van het Dagelijks Bestuur (DB) geleverd moet worden. Maar wat gebeurt er wanneer een bestuurder uit het DB, om wat voor reden dan ook, moet of wil aftreden?
Dan dient hij vervangen te worden door iemand die verkiesbaar op de kieslijst gestaan heeft. Een talentvol politicus, ongetwijfeld. Maar niet per se een goede bestuurder. Die situatie willen we graag voor zijn.

Daarom dienen wij een amendement op het voorstel in, dat de mogelijkheid moet garanderen dat een partij een DB-lid van buiten de lijst kan laten benoemen, wanneer een voorganger, om wat voor reden dan ook, aftreedt.

Daarnaast hebben wij samen met het CDA en de SP een drietal moties en amendementen voorgesteld, die nadrukkelijk door Red Amsterdam worden ondersteund. Met de moties willen we ervoor zorgen dat commissieleden een meer passende vergoeding krijgen, dat er geen onderscheid in vergoeding per stadsdeel wordt gemaakt op basis van inwoneraantal en dat de op voorhand uitbetaalde wachtgeldregeling uit het voorstel verdwijnt.

En ten slotte dienen wij nóg een motie in, samen met de SP.
Een laatste, dringende oproep aan het college om nu al te beginnen met het ontwikkelen van een Plan B, voor het niet ondenkbare geval dat het huidige plan door Den Haag wordt afgewezen. De fractie van de SP in de Tweede Kamer heeft inmiddels gevraagd om het huidige voorstel door de Raad van State te laten toetsen. Wanneer de Raad van State in dat geval een uitspraak doet is nog onzeker – misschien pas in het najaar.
Amsterdam kan daar niet op wachten.

We kunnen niet wachten met het ontwikkelen van een Plan B, totdat Plan A onverwacht door de Raad van State van tafel wordt geveegd. Zo lang Plan A niet ter discussie staat, hoeft een Plan B niet in de raad ter sprake of ter stemming te komen. Maar het moet er wel zijn. Want als we zien hoeveel tijd het ons heeft gekost om tot dit voorstel te komen, dan is enige vorm van anticipatie geen overbodige luxe.

Vandaag nemen wij een belangrijk besluit. Een historisch besluit.
Want een goed voorstel voor een nieuw bestuurlijk stelsel voor Amsterdam zou jaren meekunnen. Misschien wel 25 jaar!

Maar met een slecht voorstel verzeker ik u dat wij hier nog voor het einde van de volgende raadsperiode weer staan. In andere verhoudingen wellicht, maar met dezelfde standpunten, dezelfde wensen en bedenkingen en – als het goed is – met hetzelfde doel voor ogen:

Het ontwerpen van een bestuurlijk stelsel dat de stad beter, overzichtelijker en efficiënter bestuurbaar maakt. Een stelsel dat het bestuur eenduidiger, daadkrachtiger, transparanter en bereikbaarder maakt. En vooral: een stelsel dat bestuur en Amsterdammer dichter bij elkaar brengt waar mogelijk en waarin de raad en het bestuur echt hun verantwoordelijkheid nemen.

Als we willen dat alles beter wordt, moet alles écht veranderen.”

Roderic Evans-Knaup gemeenteraadslid Red Amsterdam