Afscheidswoord Pitt

Ik zal het kort houden. Tenslotte ben ik nog geen jaar in uw midden geweest. En ik vertrek niet eens omdat Den Haag mij roept. Ik zal ongeveer 1 minuut per kilometer Noord-Zuidlijn spreken (NB deze is 9,7 km -). Maar wel goedkoper.

42 jaar geleden werd ik geïnstalleerd als Raadslid, als geboren Amsterdammer  ben ik nooit langer dan 3 maanden  uit de stad geweest. (Dat kwalificeert me in ieder geval voor de winteropvang! ).

Afscheidswoord Pitt  Treumann in de gemeenteraad

Afscheidswoord Pitt Treumann in de gemeenteraad

Ik herinner me goed de intocht van de Canadezen  8mei ‘45, de bevrijding, door de Noorder Amstellaan, waar we woonden, (Overigens was ik dag tevoren bij de schietpartij op de Dam geweest, we moesten plotseling weg, er goed de pest over in.)

Toen de bevrijders eraan kwamen over de Berlagebrug vroeg in de ochtend er een enorme menigte op straat en op de auto’s geklommen,. ik mocht van mn moeder een stukje mee maar was  de hele dag , met de vrachtauto vol soldaten door de hele stad. Op de Dam  een zuurtje met een gat erin, gekregen. Op een of anderen manier als verdwaald kind op het stadhuis beland,  ben teruggebracht (in een auto!) door mensen van het stadhuis, ‘s avonds om 2015 uur. Ouders dolblij, hadden in chaos van die dag lopen zoeken.Ze waren zeer dankbaar voor de mensen van het stadhuis, kennelijk functioneerde de Gemeente toen al weer een beetje.

Blijdschap ook later toen de geroofde trams met alle ruiten eruit en dichtgetimmerd, weer terug kwamen en weer gingen rijden: 11 cent per ritje. Essentieel voor het functioneren van de stad, geen fietsen, geen auto’s (en nee, ook geen scooters!).

Zwemles in het Amstelparkbad, dat plotseling het Mirandabad heette. Stevige uitleg van mijn vader waarom het nu het ” De Mirandabad”  moest heten. Wethouder, wat was dat?

Op school, Gemeentelijke Montessorischool, in de klas gezeten met de dochter van Burgemeester d’Ailly. We hadden een klassenavond in de ambtswoning op de kale, stoffige, gigantische zolder. Dit is alleen maar interessant, omdat  die zolder nu de woning van de Burgemeester is. Gedurende de spandende jaren 60 waren er drie gebeurtenissen die in de stad de aandacht trokken: de Vietnam protesten, de Maagdenhuisbezetting en HET huwelijk (Claus en Beatrix).

De Vietnam teach-in in de Beurs met toestemming van B&W georganiseerd door de ASVA, is een culminatiepunt van het protest tegen de oorlog in Vietnam, met name van de rol van de USA daarin. Opgezet als debat met voor- en tegenstanders van de VS ontwikkelde het zich snel als een manifestatie van protest. De belangstelling was zo groot dat de Brandweer dreigde de bijeenkomst te stoppen. Maar gelukkig was men tevreden na het sluiten van de deuren .

Nog voor het huwelijk dat in ‘66 plaatsvond was ik,  met vele anderen, uitgenodigd door Burgemeester  van Hall om kennis te maken met Claus. Er vond binnen de ASVA een zware discussie plaats of er op ingegaan moest worden of niet. Aangezien van Hall nog toestemming moest geven voor een grote kameractie op straat, ben ik toen gegaan. Van Hall heeft die toestemming toen gegeven.

Bij de Maagdenhuis bezetting is er door Ed van Thijn geprobeerd te bemiddelen tussen Bm Samkalden en, via mij, met de bezetters binnen. Ondanks afspraken niet gelukt (zie de memoires van Ed).

Bij de ontruiming hebben Harry de Winter en ik het pand als eersten verlaten, de rest wilde zich eruit laten dragen. Wij zijn toen meteen gearresteerd en in een GVB-bus met z’n tweeën onder politiebegeleiding met loeiende sirenes en motoragenten, zonder haltes, op topsnelheid naar de Marnixstraat gebracht. (D’at was pas snel openbaar vervoer!)

Was het gebeuren in de stad in de 60-er jaren bepaald door Provo en aanverwante creatieve bewegingen, de verovering van de demonstratievrijheid, de oorlog in Vietnam, de bouwvak rel en de democratiseringsbeweging aan de universiteiten; de 70-er jaren waren gericht op stadsvernieuwing, het  tegenhouden van grote verkeersdoorbraken, de metro-oostlijn en het behoud van de historische binnenstad in het bijzonder de Nieuwmarktbuurt en de 19e eeuwse wijken. Het officiële beleid was tot dan:intensieve sloop van Jordaan, Nieuwmarkt en alle 19e-eeuwse wijken.De stad doorsneden met 4-baans wgen.

Het massale kraken, deels met zeer gewelddadige toestanden begon eigenlijk pas aan het eind van die periode.

In 1970 werd ik in uw vergadering gekozen.. Er was veel aan de hand: de enorme kostenstijging van de Oostlijn, de sloop en herbouw van de Nieuwmarkt, de eindeloze discussies over de nieuwbouw van het stadhuis en muziektheater, de besluiten een grens te trekken voor de uitbreiding van de haven, de ontploffing bij de chemische fabriek Marbon, waarbij  brandweermannen omkwamen, de aanleg van de A10 en Schiphollijn, vrije banen voor tram en de sluiting van Leidse- en de Ferd. Bolstraat enz.

Een belangrijk moment van invloed hoe men tegen de stad aan keek: de doorbraak van de Nieuwmarkt voor de oostlijn EN voor een 4-baans weg. Dat hield ook de sloop van het Pintohuis in.

Door een aantal moties op initiatief van de Raad, werd de sloop voor de metro geminimaliseerd en werd de aanleg van de 4-baans weg geschrapt.

Dit was het definitieve draaipunt in het denken over de stad, nadruk op bewoning, restauratie en behoud stratenpatroon, auto werend beleid, redding van vele kleine en grote monumenten.

Woonbeleid werd gericht op behouden van betaalbare woningen voor de buurt, geen verbanning naar Purmerend. Na de sloop van de Nieuwmarkt herstel van de buurt op basis van oude stratenpatroon en dezelfde bewoners.

Veel van deze besluiten rechtstreeks en op initiatief van de Raad genomen, heel vaak op basis van voorstellen van  deskundige comités uit de buurten maar ook door monumenten verenigingen zoals Diogenes/ binnenstad/stadsherstel, waar een groot man Brinkgreve (KVP) de voornaamste woordvoerder was.

Het besluit om de Oostlijn van de metro aan te leggen gold als : “dat was eens, maar nooit weer”. Het NETwerkbesluit uit ‘68 om de hele stad te voorzien werd door de Raad ingetrokken (dacht men!).

De publieke tribune zat vaak overvol, af en toe werd korte tijd deelgenomen aan het debat. De Raad zat bovenop de zaken en nam z’n verantwoordelijkheid. Zo kreeg ik na het afstemmen van weer een verkeersdoorbraak van een ingenieur van PW (DIVV) de opmerking: “Pitt volgende keer geven we je een potlood en mag je zelf de rooilijnen op de kaart tekenen”.

In ’75 ben ik tot verkozen tot wethouder kunst, personeelszaken, verkeer en vervoer.

Van stadsdelen was nog geen sprake.  Wethouders waren deel van de Raad en maakten dus deel uit van de fractie, de afstand was veel kleiner. De CPN maakte als grote fractie deel uit van het college, en was een machtsfactor in de stad. Zo organiseerde de CPN een stampvolle protestbijeenkomst in Carré, in overleg met de Wh Kunstzaken, dat het muziektheater nu wel heel snel gebouwd moest worden.

Wij bestuurden de stad met assistentie van een uistekende secretarie, er waren nog geen afgestoten bedrijven, GVB, GEB, Waterleidingen, waren nog ECHT van de Gemeente en onder controle,.

Wij hadden natuurlijk het grote voordeel dat we NIET de helft van onze tijd bezig waren met ons NIET-te-BEMOEIEN met de Stadsdelen!

Er zijn na mijn vertrek in ‘78 zeer grote veranderingen geweest. Het meest indrukwekkend is de transformatie van de havengebieden, die was net een beetje begonnen en is nu bijna af. Hoge kwaliteit stedenbouw, veel hergebruik. Amsterdamse architectuur van grote klasse.

En het parkeerbeleid is een groot succes, de stad is zeer veel leefbaarder , na de verstikking van de jaren 50 en 60.

Het zal u niet verbazen dat wij van RA het NZL-besluit het meest negatieve uit die periode vinden. Ook nu nog, ook al gaat het boren  beter dan velen verwachtteniets waar Red Amsterdam uiteraard buitengewoon blij mee is…

Bij de bank van de EU, de EIB,waar ik van 86 werkte met als taak: financieringen in de gehele Unie voor grote projecten,

Toen ik een keer de TGV Parijs- Brx besprak met de DG van F en pleitte voor snelle uitvoering van de TGV  BRX- ASD: voegde hij me toe: ” Mais monsieur, Amsterdam c’est vraimant aux bout du monde!”

Mijn conclusies van een jaartje in de Raad:

1.  Ik ben in dit jaar linkser geworden, OF is de raad veel rechtser dan ik van buiten dacht?

U kent toch de nu volgende zegswijze, maar ik voeg een regel toe:

*  Iedereen die geen socialist is op zijn 20ste , heeft geen hart.

*  Is-ie het nog op z’n 50ste , dan heeft hij geen verstand.

*  Wie niet op z’n 70ste  weer links is, heeft geen geweten.

2.  De Raad neemt zichzelf wel zeer serieus en het is ook zo  braaf allemaal, dat boeit niet altijd!

3.  De verantwoordelijkheid wordt wel heel snel gedeeld. ALS het al ergens over gaat, is het gauw een zaak voor het stadsdeel/stadsregio/de regering/ of het zelfstandige bedrijf. Aanstrepen …meerdere antwoorden zijn mogelijk! En daar gaan we niet over. En als geen van deze mogelijkheden gebruikt kan worden, dan staat het wel in het programakkoord. U weet wel, dé dooddoener om inhoudelijk debat te voorkomen.

4 De belangstelling van het publiek is minim, het structuurplan is met nul mensen op de tribune besloten!

En als er al een schoolklas komt of een groep brandweermensen, dan wordt bij het eerste gemompel al terechtgewezen.

5.In de raad is het afwijkende geluid en afwijkende stijl van Red Amsterdam nuttig en nodig, dat geeft RA bestaansrecht en zelfs bestaansplicht.

Vanuit deze opvatting is het een groot genoegen, dat ik wordt opgevolgd door de Roderic Evans-Knaup, niet alleen vanwege zijn kwaliteiten, maar ook omdat hij ,naar ik aanneem de eerste EU onderdaan is, lid van deze Raad,zonder NL paspoort en voor mij als Europeaan is  dat een groot plezier.

Dank aan de Raad, de Griffie en alle anderen betrokken bij de Gemeenteraad.

 

Bloemen en kado's voor Pitt als dank voor zijn inzet

Roderic volgt Pitt vandaag op als gemeenteraadslid voor Red Amsterdam

Roderic Evans-Knaup neemt het stokje over van Pitt Treumann.

Vanmiddag is Pitt Treumann tijdens de gemeenteraadsvergadering van Amsterdam afscheid genomen als raadslid, direct daarna is zijn opvolger, Roderic Evans-Knaup (1971) als raadslid geïnstalleerd. Evans-Knaup is vanaf 2010 duo-raadslid en stond derde op kieslijst.
Pitt Treumann was de opvolger in de raad van Nelly Frijda, die ook één jaar de raadszetel van Red Amsterdam heeft ingevuld. Beiden hadden aangegeven niet langer dan een jaar beschikbaar te willen zijn.
Treumann was eerder (van 1970 tot 1978) raadslid en (van ‘75 tot ‘78) wethouder van Amsterdam.

Speciale aandacht heeft Treumann besteed aan het ontwikkelen van een meer realistisch alternatief voor de – inmiddels geschrapte – plannen voor de metrolijn naar Amstelveen, de komende opheffing van de stadsdeelraden, de probleemdossiers Stedelijk Museum en MuzyQ en – uiteraard – de Noord-Zuidlijn.
Roderic Evans-Knaup heeft zich de afgelopen periode als duo-raadslid kunnen voorbereiden op het raadslidmaatschap voor Red Amsterdam.
Roderic;
“Ik ben trots om de plek van Nelly en Pitt in te mogen nemen en hoop samen met de fractie een succes van het laatste deel van deze periode te kunnen maken.”
“De tweede helft van deze raadstermijn gaan we in met een ervaren team, waaronder de onlangs als duo geïnstalleerde oud-senator en oud-wethouder Marten Bierman, die zich gaat concentreren op Ruimtelijke Ordening.”

GVB schrapt feestje na kritische vragen van Red Amsterdam

Het GVB heeft besloten om het groots opgezette relatie evenement in de Hermitage van 7 februari te vervangen door een aantal kleinschaliger evenementen, waarbij de directie op een meer persoonlijke manier met hun relaties in gesprek kan gaan. Dat blijkt uit een email van directeur Bart Schmeink.

De fractie van Red Amsterdam heeft eind vorig jaar een aantal kritische vragen gesteld over dit groots opgezette feest en is van mening dat een dergelijk evenement niet past in deze tijden van bezuiniging op het openbaar vervoer. De fractie heeft nog geen antwoord gekregen van het College van B&W op deze vragen maar door de email van directeur Schmeink blijkt nu wel dat het GVB inmiddels het inzicht van Red Amsterdam deelt en daarom heeft besloten of de festiviteiten af te gelasten.

Raadslid Pitt Treumann is blij met deze ommezwaai. “Net als de gemeente Amsterdam geen nieuwjaarsreceptie houdt, is het gepast dat deelnemingen als het GVB zich ook onthouden van al te grote en dure feestelijke uitspattingen. De keuze van de directie om dit feest geen doorgang te laten vinden, kunnen we dan ook alleen maar toejuichen.”

Crematorium Noord nieuwste Amsterdamse bleeder

Het geplande crematorium op de Noorderbegraafplaats in het stadsdeel Noord dreigt de nieuwste Amsterdamse bleeder te worden. Volgens berekeningen van Red Amsterdam duo-raadslid Boris Klatser, zal het aantal crematies in Noord nooit boven het break-even punt van 50 per jaar komen, waardoor het crematorium structureel verlieslatend wordt.

Meer over het crematorium vandaag bij AT5

 

Roderic Evans-Knaup volgt Pitt Treumann op

Vanmiddag heeft Pitt Treumann op de nieuwjaarsreceptie van Red Amsterdam bekend gemaakt dat hij na een klein jaar als gemeenteraadslid zich terugtrekt uit de raad.

20120111-180255.jpg

Treumann was eerder (van 1970 tot 1978) raadslid en (van ‘75 tot ‘78) wethouder van Amsterdam. Zijn afscheid in de gemeenteraad zal plaatsvinden op 25 januari 2012.

In dezelfde vergadering zal zijn opvolger, Roderic Evans-Knaup (1971) als raadslid worden geïnstalleerd. Evans-Knaup is vanaf 2010 duo-raadslid en stond derde op kieslijst.

Pitt Treumann was de opvolger in de raad van Nelly Frijda, die ook één jaar de raadszetel van Red Amsterdam heeft ingevuld. Beiden hadden aangegeven niet langer dan een jaar beschikbaar te willen zijn.

Speciale aandacht heeft Treumann besteed aan het ontwikkelen van een meer realistisch alternatief voor de – inmiddels geschrapte – plannen voor de metrolijn naar Amstelveen, de komende opheffing van de stadsdeelraden, de probleemdossiers Stedelijk Museum en MuzyQ en – uiteraard – de Noord-Zuidlijn.

Roderic Evans-Knaup heeft zich de afgelopen periode als duo-raadslid kunnen voorbereiden op het raadslidmaatschap voor Red Amsterdam.

Roderic;

“Ik ben trots om de plek van Nelly en Pitt in te mogen nemen en hoop samen met de fractie een succes van het laatste deel van deze periode te kunnen maken.”

“De tweede helft van deze raadstermijn gaan we in met een ervaren team, waaronder de onlangs als duo geïnstalleerde oud-senator en oud-wethouder Marten Bierman, die zich gaat concentreren op Ruimtelijke Ordening.”

Nieuwjaarsspeech voorzitter Theo Stokkink

20120111-175453.jpg

Vrienden, leden van Red Amsterdam, Red Amsterdam fractie in de Raad en gasten.

Ook in 2012 heeft Red Amsterdam het beste met Amsterdam voor.

In 2010 zijn we met Nelly Frijda als Raadslid begonnen. Een jaar later werden de door haar opgemerkte strapatsen van de bestuurders in het boekje ‘Ik dacht dat een kunstschouw een nep open haard was’ vol verbijstering samengevat. Daarna trad er vorig jaar voor onze partij een oud wethouder van Amsterdam aan, Pitt Treumann. Pitt heeft het afgelopen jaar de vinger op tal van bloederige plekken weten te leggen. ‘Ongekend grote bedragen zijn weggelekt ten koste van de Amsterdammer,’ zo kapittelde hij het college bij de begrotings-behandeling. Geweldig Pitt, Red Amsterdamser had je het ze niet in kunnen wrijven.

De kracht van Red Amsterdam is : een raadsperiode met slechts een zetel, maar met meer dan een raadslid.

We willen alleen het beste voor Amsterdam.

Sinds kort hebben we ook op de positie van duo-raadslid een oud wethouder, wat zeg ik, een oud senator als duo-raadslid. Voor zo’n stap is veel moed en overtuiging nodig. Marten Bierman, we wensen je heel veel succes toe in je nieuwe carrière.

Marten zit ook nog in het DB van de partij, er zou dus sprake kunnen zijn van een pettenprobleem. maar voor het pettenprobleem heb ik hem naar de English Hatter verwezen op de Heilige Weg.

Nee, deze twee gewezen wethouders zijn zeker geen jonge honden. Ervaring, inzicht en kennis dat is wat ze inbrengen. Van vele markten thuis, wijze oudere mannen die de idealen van Red Amsterdam omarmen.

Oud gaat helaas ook vaak gepaard met kwetsbaar. Soms zelfs met een gevecht om lijfsbehoud. En dat ervaart het kader van onze partij maar al te zeer.

Alhoewel het lijkt of we een partij zijn van oudgedienden, onze idealen deugen juist voor nieuwe generaties. Het is dus zaak om die voor onze partij te winnen. Gelukkig staan er jongere talenten in de startblokken die dat proces zullen gaan aansturen.

We hebben ons het afgelopen jaar bezig gehouden met de partijstrategie om dichter te komen bij wat ons werkelijk bezielt. In de loop van dit jaar gaan we die inhoudelijke zaken verder uitwerken.

Het gaat ons vooral om de menselijke maat. We gaan onze idealen naar de praktijk toe vertalen en we gaan deze op potentiële kiezers overbrengen. Daarvoor zullen we een discussieplatform optuigen.

Red Amsterdam bestaat uit mensen die bewust niet aan de kant willen blijven staan toezien hoe Amsterdam ten prooi valt aan de grootheidswaan van een stadbestuur dat al tijden worstelt met de ziekte van deze tijd. Een ziekte die al veel menselijks kapot heeft gemaakt. Een stad die zichzelf financieel overschat is nog veel kwalijker dan een bank die te hoge bonussen uitdeelt.

We zijn gelukkig geen partij die de oren hoeft te laten hangen naar den Haag. Wij hebben alleen het beste voor met Amsterdam. Een crisis zou voor veel Amsterdammers heel wat minder hard aankomen als de bestuurders niet alle gemeenschapsgeld in bodemloze putten hadden gedumpt.

Red Amsterdam blijft de waakhond van het college als het gaat om budget overschrijdingen, om verspilling van gemeenschapsgeld, we zullen falende rekenmeesters ter verantwoording roepen en opspringen zodra er weer een onzinnig en onnodig megalomaan plan wordt bedacht.

Dat zijn onze goede voornemens. Red Amsterdam uit de handen van verkwisters. Ik toast op Red Amsterdam en wens u een verstandig en gelukkig 2012.

Theo Stokkink, voorzitter Red Amsterdam

NIEUWJAARSRECEPTIE – 11 JANUARI – 17:00 uur

De fractie en het bestuur van Red Amsterdam heffen op woensdag 11 januari vanaf 17 uur graag het glas met u op 2012. En horen dan graag uw ideeën over de stad het komende jaar, wij begroeten u van harte in de Go Gallery op de Prinsengracht.

Uitnodiging - klik om te vergroten

NIEUWJAARSRECEPTIE – 11 JANUARI – 17:00 uur

GO Gallery
Prinsengracht 64
1015 DX Amsterdam

De fietstunnel van het Rijksmuseum – reactie van Maarten Lubbers op brief directeur Wim Pijbes

by Maarten Lubbers on Saturday, December 24, 2011 at 1:18pm (bron: Facebook)

Voor Het Parool is het natuurlijk altijd leuk als een big shot een ingezonden stuk opstuurt. Een zwaargewicht uit het Amsterdamse (en landelijke) culturele leven op de pagina Het Laatste Woord geeft de krant aanzien. Zo moeten we ook het paginagrote artikel in de krant van zaterdag 17 december met een enorme foto van het Museumplein zien van de Hoofddirecteur van het Rijksmuseum, de heer Wim Pijbes.

Op het eerste gezicht lijkt het een indrukwekkend betoog te zijn waar geen speld tussen te krijgen is, met veel voorbeelden uit de wereld van kunst & cultuur, uit heden en verleden, astronomisch toenemende bezoekersaantallen en voorspellingen dat deze nog veel groter zullen worden. Pybes noemt namen van buitenlandse steden waar volgens hem veel meer ruimte wordt bestemd voor voetgangers dan in Amsterdam, en waar het volgens Pijbes allemaal veel beter gaat. Met dit alles wil hij aantonen dat het Amsterdamse gemeentebestuur vooral moet doen wat hij wil, met name het afsluiten van de onderdoorgang onder het Rijksmuseum voor fietsers.

Pijbes wil deze al 100 jaar bestaande openbare ruimte en tevens een van de belangrijkste fietsroutes van de stad doodordinair aan de openbaarheid onttrekken en voor zijn museum in beslag nemen. Hij is niet de eerste bij het “privatiseren” van gemeenschapsgrond aan het Plein. Al eerder pikte het Amerikaanse consulaat met lelijke hekken, een politiepost en nu ook nog een gebouwtje, een stuk van het Plein af, gevolgd door het van Goghmuseum met zijn gesloten ronde Japanse klaagmuur, en nu het Stedelijk met de oogverblindend witte badkuip.De ruimtenood van deze beide musea had op een heel andere manier kunnen worden opgelost, waarbij op een respectvolle manier zou zijn omgegaan met de fraaie 19e eeuwse bebouwing rond het grootste Plein aan de rand van de Amsterdamse binnenstad.

Bij herlezing van Pijbes artikel blijkt er wel het een en ander niet te kloppen in zijn zogenaamd wetenschappelijk verantwoorde betoog. Het leidt tot de conclusie dat hij ongetwijfeld een knappe Hoofddirecteur van het Rijksmuseum is, maar dat hij kunsthistoricus is en blijft. En dat is nu eenmaal een ander vak dan dat van stedenbouwkundige.

Pijbes goochelt met sterk toenemende bezoekersaantallen voor het opnieuw te openen Rijksmuseum. Hij verwijst daarbij o.a. naar de Hermitage, een geheel nieuw schitterend museum dat opende in de tijd dat drie van de grootste Amsterdamse musea dicht waren. Ook wijst hij op het nieuwe Stedelijk. Dat was echter al geruime tijd deels opnieuw open, en er kwam vrijwel geen enkele bezoeker! Die enorme aantallen nieuwe bezoekers voor het nieuw te openen Rijksmuseum die Pijbes ons voorspiegelt, lijken uit de lucht gegrepen.Zeker is het mogelijk dat er meer bezoekers zullen komen, maar hoeveel dat er zullen zijn, in deze tijden van aanhoudende dreiging van internationale recessie, is hoogst onzeker.

In plaats van het nu rigoureus volgen van Pijbes’ wens – eis kun je beter zeggen – om de onderdoorgang geheel voor fietsers af te sluiten, zou het beter zijn, om te zeggen “OK, op Koninginnedag, bij de Uitmarkt, een mogelijke huldiging van Ajax en/of een groots muziekfestijn e.d., sluiten we de passage af”. Dat zal neerkomen op vijf tot tien keer per jaar. Gedurende de overige 355 – 360 dagen kunnen al die honderdduizenden Amsterdammers (en trouwens ook steeds meer toeristen!) er dus gewoon blijven fietsen. Als na enige tijd zou blijken dat de combinatie van voetgangers, bezoekers van het museum en fietsers toch niet goed mogelijk is zonder gevaren voor welke groep dan ook, kan altijd nog bekeken worden, welke alternatieve oplossingen mogelijk zijn.

Pijbes kreeg voor zijn plan – weg met de fietsen – steun van een paar BN’ers, die niet in de buurt van het museum wonen of werken. Er was ook een groep BN’ers die wel in de buurt wonen en/of werken en die pleitten voor het handhaven van de fietsroute. Daarnaast waren en zijn er de tienduizenden fietsers, georganiseerd in de fietsersbond, die ook vochten en nog steeds vechten voor de van oudsher bestaande fietsroute. Zij spreken natuurlijk ook voor de honderdduizenden fietsers die geen lid zijn van de bond.

Pijbes wijst in zijn stuk op het realiseren van voetgangersgebieden in de buurt van belangrijke culturele voorzieningen in Londen, Florence en Rome. Alsof Amsterdam niet al lang bezig is met het maken van voetgangersgebieden, zoals op het Leidseplein, het Rembrandtplein, het Waterlooplein en het Museumplein zelf!

Pijbes heeft gelijk als hij pleit voor een schone, veilige stad voor Amsterdammers en bezoekers en toeristen, een goed functionerend taxisysteem, meer beschaving en hoffelijkheid. Dat scooters inmiddels veel te veel onveiligheid veroorzaken doordat de overheid geen duidelijke regels stelt is ook waar. Daar moet wat aan gebeuren, bijvoorbeeld door een verbod van scooters op fietspaden. Wie in Amsterdam zou het niet eens zijn met deze mooie doelstellingen? Maar Pijbes’ afkeer van en verzet tegen fietsen en fietsers is onzin. Amsterdam is meen ik de stad ter wereld met de hoogste fietsersdichtheid. Dat is uitstekend voor het milieu, voor de veiligheid en voor het minimale ruimtebeslag.

Het Rijksmuseum wordt prachtig en Wim Pijbes is een inspirerende en uitstekende Hoofddirecteur, maar “schoenmaker, houd je bij je leest”. Het is te hopen dat B&W en de Gemeenteraad van Amsterdam het hoofd koel houden, verstandige beslissingen nemen die het beste zijn voor het Museumpleingebied en de hele stad, en zich niet laten imponeren door de privémening van de belangrijkste BoBo van het Museumplein die in een aantal opzichten niet of onvoldoende met feiten en bewijzen is onderbouwd.

ir. Maarten Lubbers, stedenbouwkundige, woonachtig bij het Museumplein.

Deze brief is een reactie op de bijdrage van Wim Pijbes in het Laatste Woord van Het Parool (bron: Parool.nl)

zaterdag 17 december 2011

Aan de vooravond van culturele bloei

 

Dit jaar begon in Amsterdam onmiskenbaar de culturele potentie van de stad te gloren. Met de heropening van het Scheepvaartmuseum, recordbezoekcijfers in het Van Gogh Museum, het Rijksmuseum, Foam en de PAN kunst en antiekbeurs beleefde Amsterdam in 2011 een bloeiend cultureel jaar.

Het succes is opvallend genoeg even onverwacht als onverklaarbaar. Natuurlijk, er waren interessante tentoonstellingen, maar dat kan niet de reden zijn. Immers, van echt grote internationale evenementen was in 2011 geen sprake. Bovendien maken de bezuinigingen dat de kunstwereld gedwongen een forse stap terug doet. De enige verklaring moet dan ook zijn dat Amsterdam gewoon meeprofiteert van het wereldwijd groeiende cultuurtoerisme.

De geweldige bezoekcijfers zijn echter allerminst reden om achterover te leunen, eerder het tegenovergestelde. Wie zich realiseert wat er allemaal in de startblokken staat tussen nu en medio 2013 beseft ook dat Amsterdam zich nu moet voorbereiden om de aanzwellende bezoekersstroom op passende wijze te accommoderen. Daartoe is een grote gemeenschappelijke inspanning nodig. De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Met de benoeming van een nieuwe City Marketing Officer is alle energie van stedelijke promotie onder een centrale leiding gebracht. De heropeningen van het Rijksmuseum en Stedelijk zijn in zicht. Ondertussen verrijst het splinternieuwe Filmmuseum en aan de stadsrand de spectaculaire Ziggodome en een nieuwe generatie hotels maakt zich op voor de verwachte drukte. Alles wijst er op dat Amsterdam aan de vooravond van een culturele derde Gouden Eeuw staat. En recent vond de aftrap voor het Grote Jubeljaar 2013 plaats. Het is nu zaak voor het stadsbestuur de altijd beperkte gelden zo efficiënt mogelijk aan te wenden.

Voor het maken van deze noodzakelijke keuzes mag Amsterdam de ogen niet sluiten voor de realiteit. Overal in de wereld worden nieuwe musea overspoeld met telkens meer bezoekers dan voorspeld. De nieuwe American Wing in Boston trok op de eerste dag 16.000 bezoekers, het nieuwe MAS in Antwerpen verwelkomde 650.000 bezoekers in de eerste maanden, het nieuwe Centre Pompidou in Metz vergelijkbare cijfers, het Ashmoleon in Oxford 1,2 miljoen. In Amsterdam trok de Hermitage in de eerste maanden 1 miljoen bezoekers en kan het hernieuwde Scheepvaartmuseum de bezoekersstroom ternauwernood aan. Ook bestaande musea zien een sterke toename, in Londen is het aantal bezoekers in tien jaar verdubbeld.

Deze ontwikkelingen maken dat ook bezoekersprognoses voor het nieuwe Rijksmuseum, het Stedelijk en het te renoveren Van Gogh Museum in 2013 naar boven moeten worden bijgesteld. Het scenario voor het Rijksmuseum, aanvankelijk gebaseerd op 1,5 miljoen bezoekers, wordt nu doorgerekend met twee tot drie miljoen bezoekers. Dat betekent dat de openbare ruimte rond het Museumplein en dus ook de centrale entree in de Passage, moet worden ingericht met het oog op deze toekomst. Nu al trekken de culturele instellingen rond het Museumplein 3,5 miljoen bezoekers. Nergens in Nederland komen op een vergelijkbaar klein oppervlak dergelijke aantallen. Daarboven komen nog de deelnemers aan activiteiten op het Museumplein, dagjesmensen en passanten. Na de heropening van de grote musea stijgt het reguliere aantal bezoekers tot boven de vijf miljoen. Dan is het zaak dat met ingang van 2013 lokale verkeersstromen daaraan worden aangepast om chaos te voorkomen.

Ter vergelijking: vorige zomer is in London een gedeelte van Trafalger Square tot voetgangersgebied verklaard en ontstond een verkeersvrije zone tussen de National Gallery en Nelsons’ Column. In de zomer zijn om dezelfde reden grote delen van Florence en Rome voetgangersgebied. Het lokale verkeer heeft zich goed hervonden en de voetgangers kunnen zich nu veilig tussen de bezienswaardigheden bewegen.

Nu, op elk denkbaar moment, staan ergens op de wereld mensen oog in oog met Rembrandt. Wie geniet van Rembrandt, Van Gogh of één van die andere vele kunstenaars die Nederland voortbracht, denkt automatisch aan Amsterdam. Bezoekers uit de hele wereld zullen blijven komen, in de toekomst in sterk toenemende mate. Het jaar 2013 is voor Amsterdam cruciaal om de wereld te laten zien wat de stad te bieden heeft. Er rest nog een jaar om orde op zaken te stellen. Amsterdam is immers een fantastische toeristenbestemming met enorme groeipotentie. Deze zal in 2013 in volle hevigheid tot wasdom komen. Een belangrijk deel van de stedelijke economie hangt hiermee samen. En dus moet nu op korte termijn duidelijkheid komen wat te doen om de stad voor te bereiden op de enorme toestroom van bezoekers.

Die bezoekers willen een taxi nemen die ze zonder omwegen op plaats van bestemming brengt. Ze willen heelhuids de straat oversteken zonder ondersteboven te zijn gereden door fietser of scooter. Ze willen door een schone stad wandelen en hoffelijk bejegend worden door haar inwoners. Lange tijd gold het hatsekidee van de Amsterdamse tofheid als charmant en vrijgevochten. Die charme is op de achtergrond geraakt en ‘I Amsterdam’ is vrij vertaald tot ‘eerst ik en dan de stad’. Dat roer moet om en gelukkig heeft het stadsbestuur dit jaar de juiste koers gekozen. Wethouder Andrée van Es riep in mei op tot meer hoffelijkheid en burgemeester Eberhard van der Laan ontpopt zich in zijn beleid als een Giuliani aan de Amstel. En Amsterdam kan nog veel beter. Laten we nu met positieve energie keuzes maken zodat Amsterdam ook na 2013 ‘loveable’ voor bezoekers en ‘liveable’ voor bewoners wordt.

Wim Pijbes, Amsterdam,

Hoofddirecteur Rijksmuseum

Slotbeschouwing begroting 2012 door Pitt Treumann

We gaan weer een jaar in met zware bezuinigingen. En dit zal niet de laatste ronde zijn. Ook de volgende jaren zullen we weer moeten gaan snijden in de begroting.

De rekening van deze bezuinigingen leggen we, net als het rijk, gewoon bij de Amsterdammer.

En dat is vreemd, want aan de andere kant gaat het geld met bakken de deur uit naar grote – vaak onnodige – prestige projecten. Miljoenen gaan er naar een Olympische fantasie; een onderzoek naar de verzelfstandiging van de haven, waarvan het havenbedrijf zelf het economisch nut nog niet heeft aangetoond. Een niet te dempen bodemloze put van de gemeentelijke ICT. Cultuurgebouwen die ons onnodig tientallen miljoenen extra kosten, zoals het Stedelijk en MuzyQ. Diverse projecten onder beheer van de dIVV: De hogesluisbrug, De Utrechtsestraat, de renovatie van de Oostlijn, stuk voor stuk projecten die in tijd en geld ver boven budget gaan. Met miljoenen.

We gaan grote aantallen ambtenaren ontslaan en de mensen die hun baan mogen behouden kleden we maximaal uit. Maar aan de andere kant van het spectrum stellen we directeuren bij het GVB en bij de dienst ICT aan, die beiden twee keer zo veel verdienen als de premier. Argumenten als: We gaan er niet over, of Het past binnen de aanbestedingsregels maken het niet minder pervers.

En dan hebben we ook nog een paar investeringsprojecten waarvan we geen idee hebben of ze gaan renderen. Project 1012, een nieuwe zeesluis, het AIF. En het idee van IJburg 2 willen we maar niet vergeten, ondanks dat we weten dat we het de komende jaren niet rond gaan krijgen.

De lessen van de Noord-Zuidlijn kennen we allemaal, maar echt toegepast zijn ze in al deze gevallen nog niet.

Het zijn allemaal bleeders, voorzitter. Grote projecten, waarnaar ongekend grote bedragen weglekken. Geld dat we hard nodig hebben om het leven van de Amsterdammer te verbeteren. Als we dat op een voortvarende manier willen doen, dan moeten we daar iemand bovenop zetten, iemand die al zijn tijd en energie stopt in het stoppen van deze bleeders en de geldzaken van Amsterdam weer op orde krijgt. Een exclusieve wethouder van financiën. Het college geeft aan dat dat niet nodig is, omdat iedere wethouder een beetje wethouder voor financiën is. Maar als ik het lijstje van daarnet teruglees, dan denk ik eerder dat we 1 deeltijdwethouder voor financiën hebben en 6 wethouders tegen financiën. Daarom handhaven we onze motie, juist sterkt het pre-advies juist onze oproep: Laat één van u zich alleen met het geld bezig houden. Dat zou volgend jaar een paar draconische maatregelen kunnen schelen.

Deze raad heeft in de vorige vergadering de hoofdlijnen voor het kunstenplan met de bijbehorende bezuinigingen al vastgesteld, maar wij blijven van mening deze bezuinigingen ondoordacht zijn en een slechte basis geeft voor de Amsterdamse kunstsector. Het afbraakbeleid van deze kunsthatende regering wordt door B&W met de mond bestreden, maar met de daad gesteund.

Daarnaast kunnen we in de kunstwereld nog een aantal onvermijdelijke tegenvallers verwachten de komende jaren. Naast het grote aantal extra aanvragen, die we binnen gaan krijgen, maar niet kunnen honoreren, moet je dan denken aan verhoogde exploitatiekosten voor het Stedelijk Museum en De Appel, financiële problemen bij het Muziekgebouw aan het IJ, de beschadigde kunst in de Oostlijn stations en vooral de effecten voor de economie en de bijstand door de gedwongen ontslagen van personeel en ZZP’ers in de kunstsector.

Het argument: die 10 miljoen bezuiniging op kunst staat in het programma akkoord, dus moeten we uitvoeren is wat ons betreft kortzichtig en we hebben in de reacties gezien dat ook de PvdA en GroenLinks hier slechts schamend aan hebben toegegeven.

We steunen het amendement van D66 om deze bezuinigingen ongedaan te maken dan ook van harte. Maar mocht deze het niet halen, hebben wij ons eigen amendement aangepast. We vragen u om het nog niet meegerekende surplus op de renteinkomsten van 2011 en 2012 te reserveren voor het kunstenplan, met een maximum van 5 mio euro per jaar. Dit zou een extra ruimte in het kunstenplan  kunnen creëren van 2,5 mio euro per jaar.

Door dit zeer beperkte amendement te steunen kunt u het gezicht van Amsterdam nog een beetje redden.

Er is een motie die ik er bij deze gelegenheid er uit wil nemen. En dat is de gewijzigde motie van Van der Ree over het structureel maken van de bewakingskosten van Joodse religieuze instellingen, met name de Joodse School in Zuid. We hebben daar onlangs met andere fracties een bezoek aan deze ommuurde en bewaakte school gebracht en ik vind het verbijsterend dat het in Amsterdam van 2011 nodig is om kinderen te bewaken om ze te bechermen. Ik schaam me voor deze school. Waar het onmogelijk is voor joodse kinderen vrij van en naar school te begeven en zich op school vrij te voelen. Amsterdam moet zich schamen dat deze misstand kennelijk blijft bestaan en dat er geen echt plan van aanpak is. Het is bedroevend dat B&W zelfs voor dit kleine bedrag geen structurele oplossing hebben gevonden. En nog beschamender is dat men aangeeft het beschikbare geld in plaats daarvan aan cameratoezicht van onder andere voetbalvandalen wil besteden, hoe noodzakelijk dat laatste ook is.

Ik zal dus met deze aantekening voor deze motie stemmen, met de wens dat bijvoorbeeld bij de kadernota er wel tot een permanente oplossing gekomen wordt, voor zolang deze helaas nodig is.

 

Pitt Treumann, gemeenteraadslid Red Amsterdam

Marten Bierman geïnstalleerd als duo-raadslid Red Amsterdam

Marten Bierman is vanmiddag tijdens de raadsvergadering door burgemeester Eberhard van der Laan geïnstalleerd als duo-raadslid voor Red Amsterdam.

Bierman is tevens benoemd als lid van de commissie Bouwen, Wonen en Klimaat (BWK)

Marten Bierman door burgemeester van der Laan geïnstalleerd als duo-raadslid voor Red Amsterdam

Marten Bierman (Amsterdam5 september 1939) Amsterdamse wetenschapper, graficus, architect, ruimtelijke-ordeningsdeskundige. Van 1995 tot 1999 was hij onafhankelijk lid van de Eerste Kamer. Hij was gekozen op een lijst gesteund door De Groenen en een aantal provinciale partijen. In 1999 werd hij herkozen op een lijst van de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF).

Bierman studeerde architectuur en stedenbouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft. Van 1983 tot 2000 was hij actief lid van De Groenen. Van 1999 tot 2003 vormde hij de Onafhankelijke Senaatsfractie in de Eerste Kamer. In 2002 was hij kandidaat voor Leefbaar Nederland bij de Tweede Kamerverkiezingen. Van 2006-2010 was hij wethouder van Zandvoort.

  • graficus (beeldend kunstenaar; overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam)
  • medewerker stedebouw en architectuur, weekblad “De Groene Amsterdammer”
  • planologisch medewerker, dagblad “De Volkskrant”
  • medewerker vakgroep bestuurskunde, Universiteit van Amsterdam, van 1969 tot 1973
  • coördinator ruimtelijke ontwikkelingen, SISWO (Interuniversitair Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek)/Instituut voor Maatschappijwetenschappen)
  • directeur Raadgevend Ingenieursbureau te Amsterdam
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1995 tot 10 juni 2003
  • fractievoorzitter (eenmansfractie) fractie-Bierman, Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1995 tot 8 juni 1999
  • fractievoorzitter (eenamnsfractie) OSF, Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1999 tot 10 juni 2003
  • wethouder (van onder meer woningbouw, ruimtelijke ordening, grondbeleid, natuur- en kustbeleid en informatievoorziening) van Zandvoort, van 13 april 2006 tot 21 april 2010
  • Lanceerde in 1962 als student het plan om de Amsterdamse grachten te gebruiken voor openbaar vervoer met trabo’s (een combinatie van tram en boot)
  • Oprichter Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer
  • Oprichter milieubeweging “GRAS”
  • Voerde actie tegen de aanleg van de Amsterdamse metro, de bouw van een zwavelkoolstoffabriek (Progril), de gedeeltelijke inpoldering van het IJsselmeer, de bouw van groeisteden en de aanleg van de Rijksweg bij Amelisweerd
  • Was in 2002 Tweede Kamerkandidaat voor Leefbaar Nederland

publicaties

  • “Van gissen naar beslissen: verkenning van nationale beleidsvoorbereiding inzake ruimtegebruik en verstedelijking” (met P.J.H.M. Hol en J.R. Verdenius (1978))
  • “Programmering onderzoek bevolking en wonen: eindrapport: het operationele programma voor de middellange termijn” (met H.C. Meinsma en J.R. Verdenius (1981))
  • “Over wegen en overwegen: nationale verkeers- en vervoersontwikkelingen in beleid en praktijk” (met P.J.H.M. Hol en J.R. Verdenius (1982))
  • “Over programmeren van onderzoek inzake de gebouwde omgeving op middellange termijn” (met J.R. Verdenius (1982))
  • “Over beoordeling van sociaal-ruimtelijk onderzoek” (met P.J.H.M. Hol en J.R. Verdenius (1982))
  • “Meer over universitair stedelijk onderzoek” (met D.G. Kluyver (1986))
  • “Signalen uit het verleden : historische introductieprocessen inzake telecommunicatienetwerken en hun actuele betekenis” (met M.J. Dijst (1990))
  • “Duurzaam onderdak in de voorbije toekomst: een verkennende studie” (1997)
  • diverse publicaties over ruimtelijke ordening, woningbouw en natuurbeheer

ridderorden
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, 25 april 2008