Tagarchief: wethouder Gehrels

MuzyQ het vervolg…

Na de onthullingen van Geen Stijl en het eerdere debat in de Gemeenteraad, kwam wethouder van financiën Lodewijk Asscher van de week met een feitenrelaas over het dossier MuzyQ. In de commissie AZF zei Roderic Evans-Knaup er het volgende over;

Laten we voor de verandering eens bij het eind beginnen.

Wethouder Gehrels, die er vanmiddag helaas niet bij kan zijn in verband met een afscheidsfeestje van een lokale Rabobank directeur, bezwoer ons bij de commissie OZK van 15 juni dat het college geen formele bemoeienis heeft gehad met de kwestie MuzyQ in het stadsdeel Oost. Ik lees even wat citaten voor uit het woordelijk verslag:

“Ik ben blij dat u mijn invloed niet onderschat maar u moet hem ook niet overschatten. Het is hier het stadsdeelbestuur dat verantwoordelijk is, die de voordrachten maakt, die accordeer ik niet. Vanzelfsprekend overleg ik regelmatig met de collega’s uit de stadsdelen. Wat ze daarmee doen, valt onder hun verantwoordelijkheid, tenzij ik reden zie om daar in formele zin iets anders mee te doen. Die reden heb ik niet gezien.”

En verder:

“Het feitenrelaas. Ik zou bijna denken dat het overbodig is omdat alles nu openbaar is.”

Iets later:

“Wat wij in formele zin hebben gedaan, hebben wij aan uw raad voorgelegd”

Wat nog een keer benadrukt wordt met:

“Wij hebben in formele zin aan u voorgelegd wat aan u voorgelegd dient te worden en daarmee denk ik dat u goed geïnformeerd bent.”

En over de onwenselijkheid van bemoeienis van het college zegt mevrouw gehrels het volgende:

“Dit heeft niets met transparantie of duiken te maken. Dit heeft te maken met de manier waarop wij taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden in deze stad hebben verdeeld. Op het moment dat de centrale stad zomaar overal intreedt, ontstaat er een warboel. Dan is het volgende keer een ander gebouw of een andere verkoop van het een of ander.”

En natuurlijk haar mantra:

“Hoe transparanter, hoe charmanter”

En toen dook een paar dagen later de brief op van de burgemeester waarin onder voorwaarden formeel toestemming wordt verleend voor de aankoop van het gebouw. Hoezo geen formele betrokkenheid. En hoezo de raad goed geïnformeerd? Deze brief kenden we niet.

Natuurlijk is het zo, dat toestemming geven niet opdracht geven is, zoals Wethouder Asscher ook al betoogde in de raad.

Of toch wel? Het stadsdeel was namelijk al van plan om het pand aan te kopen. Daar was geen toestemming voor nodig. Dat weten we nu allemaal.

De crux zit ‘m in de beperkende voorwaarden. Namelijk dat het college alleen toestemming geeft als de exploitant gewipt wordt. En dat was het stadsdeel NIET van plan. De brief is dan ook niet bedoeld om het stadsdeel toestemming voor iets te geven. Het is bedoeld om het stadsdeel te verbieden om nog langer samen te werken met de exploitanten. Geen toestemming dus, maar een verbod. Dat is wel een opdracht.

En zo geschiedde. DB lid thesingh gaf in een memo op 22 maart nog wel aan dat dat voor de nodige problemen gaat zorgen, maar ze belooft slaafs de lijn van het college te volgen. Gek trouwens, dat het College op de 24e vraagt of het stadsdeel hun lijn gaat volgen, terwijl dat al schriftelijk  op de 22e bekend was gemaakt.

Wethouder Gehrels schrijft daarop een bedankbriefje op 25 maart, waarin ze verheugd is dat het DB zich aan de voorwaarden van het college gaat houden. En ze benadrukt dat ze geen zin heeft om met de exploitanten onderhandelen. Dat moet het stadsdeel zelf doen. Wel is ze bereid om op de achtergrond dingen in te fluisteren. Ze schrijft het als wethouder Kunst & Cultuur en tevens namens wethouder Asscher. Dat is toch een hoop college bemoeienis voor een zaak waar de centrale stad zich niet mee bemoeit.

Dan is er nog iets geks met de toestemmingsbrief van de burgemeester aan Oost. Wethouder Asscher onthulde in de raadsvergadering, dat niet de burgemeester, maar hij de brieft heeft ondertekend. Als Loco, want de burgemeester was in China.

Ik heb de brief nog eens goed bekeken, maar er staat toch echt burgemeester mr. E.E. Van der Laan. Met de krabbel van Asscher erboven, daar kwam ik achter toen ik handtekeningen ben gaan vergelijken. Maar niks geen aantekening erbij als: bij afwezigheid van, of in opdracht, of namens, en ook niet: Loco. Nee, gewoon een krabbel, die net zo goed van de burgemeester had kunnen zijn. Op z’n minst vreemd.

De brief is gedateerd 24 maart. In het feitenrelaas wordt ook gezegd dat de brief op de 24e is verstuurd. Maar de burgemeester was toen helemaal niet in China. De maiden flight van de KLM vertrok pas de 27e naar Xiamen. Drie dagen later. Curieus.

De bedoeling van het feitenrelaas was om het ons allemaal wat duidelijker te maken. Voor Red Amsterdam is het er eigenlijk alleen maar mysterieuzer op geworden.

Maar goed, nu de inhoud.

Wat ons betreft zijn er drie belangrijk aspecten: De aankoop van het pand. Het wippen van de exploitant. En de mogelijke staatssteun.

Mochten we besluiten dit dossier inhoudelijk te gaan behandelen, dan zullen wij betogen dat de keuze tot aankoop voor 13 miljoen en een verlies nemen van 14,5 miljoen bij lange na niet financieel de beste optie is voor de gemeente. In tegendeel, er zijn diverse scenario’s te bedenken, waarbij we veel minder hoeven te investeren en veel minder risico lopen. Overigens lijkt ons dit besluit een wel erg ruimhartige geste naar FGH en de Rabobank. Maar ook vanuit andere perspectieven dan het financiële, zien we niet in dat dit het beste besluit is.

Dan het wippen van de exploitant. Het feitenrelaas geeft de indruk dat we te maken hebben met een onbetrouwbare exploitant en eigenaar, die hun verplichtingen niet nakomen. Ze zouden nooit een cent betaald hebben aan FGH. Toch is feitelijk onjuist. FGH bank heeft voor de eerste 9 maanden van de looptijd rente en aflossing ontvangen van de eigenaar. SOS is ook niet plotseling gestopt met betalen. Ze hebben vooraf  duidelijk gewaarschuwd dat het misgaat als er niet naar nieuwe

oplossingen gekeken gaat worden. Zoals het een goede partner betaamt. Er is alleen niet geluisterd. Er was een nieuw DB en die vond het een rot project. Oplossing: koop het pand, dan hebben we tenminste nog iets.

Wel kwam het DB tot de conclusie dat het beter was om de huidige exploitant te laten zitten. Lijkt ons ook logisch, want er zit veel materiele en commerciële kennis in de organisatie. Er is ook hard gewerkt door de exploitant, ondanks alle tegenslagen door voornamelijk externe factoren.  De brief die we vanochtend van de ondernemers hebben gehad maakt nog eens duidelijk dat het de meeste problemen zijn overwonnen en dat de exploitatie de goede kant op gaat. Zo goed zelfs dat er op korte termijn weer kan worden begonnen met rente en aflossing betalen. Geen exploitant die knock-out is dus. Dat vraagt toch op z’n minst om een nieuwe overweging.

Dan de staatssteun. Of die er nou wel of niet is geweest, wordt wat ons betreft steeds minder belangrijk. Waar het om gaat is of je het nou wel of niet moet melden. De wethouder lijkt bang voor de relatie met banken en voor een mogelijke precedentwerking. Maar de gemeente heeft zelf in 2008 het precedent al geschapen. In een rechtzaak over de renovatie van de Westergasfabriek is de gemeente zelf begonnen over ongeoorloofde staatssteun via een garantstelling.

En dat achteraf melden niet mogelijk is, blijkt ook niet waar te zijn. Zeer recente jurisprudentie wijst dat uit. Vorige week was er in Groningen een uitspraak geweest in een kort geding tegen de gemeente Winsum, waarin de rechter heeft geoordeeld dat een overeenkomst nietig is in verband met ongeoorloofde staatssteun. De rechter geeft aan dat melding bij de Europese Commissie – vier jaar na het sluiten van de overeenkomst – daar meer duidelijkheid over moet geven. Melding achteraf kan dus blijkbaar wel.

Ook dit vraagt om nader onderzoek, want het is te gecompliceerd om er nu verder op in te gaan.

Tenslotte de informatievoorziening aan de raad. We betreuren het zeer dat pas na zeer intensief aandringen van de hele raad en pas na het opduiken van nieuwe feiten er wordt overgegaan tot informeren. De schijnbewegingen van wethouder Gehrels in het OZK debat geven ons sterk de indruk dat er geprobeerd is deze zaak buiten het zicht van de raad te houden. De controlerende taak van de raad wordt daarmee tegengewerkt. Of op z’n minst niet serieus genomen. Dat is wat ons betreft geen fijn conclusie en de argumentatie hierover van de wethouder tot nu toe geeft ons niet het gevoel dat dat in de toekomst verbeterd gaat worden. Graag een reactie hierop van het College.

Voorzitter, ik rond af met de volgende vragen:

1.   En als eerste een detailvraag: wat is de motivatie om een melding te doen bij de AFM en wat voor melding is dat geweest?

2.   Kunt u nogmaals uw oordeel geven over de manier op en de mate waarin het college de raad heeft geïnformeerd?

3.   Gelooft u nog steeds dat aankoop van het pand en een direct verlies nemen van 14,5 miljoen euro financieel de beste optie is voor de gemeente?

4.   Bent u nog steeds van mening dat het beter is om zelf een exploitatie BV op te zetten en de huidige exploitant aan de kant te zetten?

5.   Bent u bereid om de mogelijkheden tot melding van mogelijke ongeoorloofde   staatsteun verder te onderzoeken?

VAN HET GREMIUM NAAR DE GERANIUMS

Het fijne van een afscheidsspeech, meneer de Voorzitter, het fijne is, dat niemand geacht wordt me te interruperen. Ik kan gewoon mijn betoog afmaken zonder dat de jongelui van VVD of GroenLinks me van mn apropos kunnen afbrengen met nare opmerkingen. Zoals de vorige keer, toen ik ze notabene bezorgd waarschuwde! voor buikpijn na het kritiekloos opschrokken van zoete koek. En zij míj verweten dat ik de cijfers niet kon ophoesten, die ze niet aan mij, maar aan de wethouder hadden moeten vragen.

Voorzitter, college, collega raadsleden, leden van griffie en andere medewerkers !

Het fijne van een afscheidsspeech is ook dat deze de mogelijkheid biedt om hier vanaf dit spreekgestoelte -’ex cathedra’ zogezegd- te refelecteren op het verleden , tevens het heden wijselijk te beschouwen, en natuurlijk de aanwezigen pauselijk  te vermanen.

En het fijne van een afscheidsspeech is ook dat het een eindpunt markeert.  Het is afgelopen, voorbij. Ik neem afscheid. Voldaan, maar doodmoe. Hard gewerkt, veel geleerd, maar ‘nu even niet’. Het is zoiets als thuiskomen na een wereldreis: een hoop gezien, -veel gemist- maar blij dat ik weer in mn eigen bed mag liggen.

Want het was een vreemde wereld, dames en heren, waar ik een jaar geleden binnenstapte. Een wereld waarin ik pas na enige tijd dwalen een ragfijn web ontwaarde van mores en conventies, procedures en afspraken, coalities en ambities, openbare en geheime agenda’s; kortom, een web waar een gewoon mens al snel verstrikt in raakt.

Na een poosje kwam ik erachter dat het web een naam had: “Politiek”! Daar kom ik zodadelijk op terug.

Want ik wil één ding niet vergeten te memoreren. In de praktijk van alledag ten stadhuize ontdekte ik een mij tot dan toe onbekend fenomeen;….de Griffie! De discrete, geduldige, verstandige ambtelijke ondersteuning voor de Raad. De griffie wees me de weg door de krochten van het Stadhuis en langs de raggen van de gemeentepolitiek. De griffie was de bron van informatie, waar ik me aan kon laven. Met aan het hoofd een lieve schat; de Raadsgriffier Marijke Pe.  Zij en haar staf bleken er niet alleen te zijn voor de gevestigde partijen en de doorgewinterde raadsleden. Ook voor ons. De nieuwkomers. Juíst voor ons. Nooit is Red Amsterdam met dédain afgedaan. Steeds hebben ze ons, de fractie, zonder aanziens des persoons op weg geholpen en voor uitglijers behoed. Zij bleken, en zíjn -net zoals het onvolprezen gilde van portiers ten Stadhuize- de enige oprechte zekerheid, de enige constante factor in de eb en vloed van komende en gaande gemeenteraadsleden en andere politici. Dank daarvoor.

De laatste tijd wordt me steeds gevraagd of ik “blij ben er vanaf te zijn”. Of -nog erger- of ik “teleurgesteld” ben over wat ik heb kunnen doen of wat Red Amsterdam heeft kunnen bereiken.

Zonder diplomatiek te willen zijn is het oprechte antwoord: Ja en Nee.

Nee. Het was -vanaf den beginne- de afspraak dat ik het één jaar zou doen en dan  zou opstappen. Nu na een jaar weet ik, dat een termijn van twéé jaar het minimum is om het vak van gemeenteraadslid te leren.

Ja. Ik ben blij dat ik niet meer zo keihard zal hoeven te werken als in het afgelopen jaar, dat ik die overload aan informatie niet meer hoef te absorberen, en dat ik zelf weer mijn eigen agenda mag beheren.

Nee. Ik zal de bedrijvigheid hier missen. En de mensen. En de ‘éducation permanente’. Het was een voorrecht om bovenop het Amsterdamse nieuws te zitten -wat je anders ‘s avonds in de krant leest-, en het was fascinerend om de achterkant van het weefsel, het ‘petit-point’ van de macht te kunnen observeren.

Nee. Er is, wat mij betreft, dan ook geen sprake van teleurstelling. Ik wist maar al te goed waar ik aan begon en dat een éénpersoonsfractie geen gewicht in de schaal legt.

Natuurlijk hebben wij onze verkiezingsbelofte waargemaakt, geageerd tegen de NoordZuidlijn, en dat zal Red Amsterdam blijven doen. Het is onze ‘raison d’être’ in dit forum.

Red Amsterdam leeft niet in de illusie dat we de NoordZuidlijn tegen zouden kunnen houden, maar wij zijn er om te laten zien dat dit monster aan de fundamenten van onze stad knaagt. De NoordZuidlijn is de onheilspellende metafoor voor iets veel groters.

Materieel gezien staat de NoordZuidlijn symbool voor al die andere megalomane projecten, die de stad op zn palen laat wankelen: de Zuid-as, de Zeesluis, IJburg twee en drie.

Immaterieel is de NoordZuidlijn symbool voor te grote ambities in de politiek, te grote ego’s en te geringe capaciteiten om ze waar te maken. Voor wensdenken, voor de illusie van de maakbaarheid van de samenleving, waar “optimisme als een plicht” gevoeld wordt, zonder rekening te houden met de lengte van de polsstok, de perceptie van anderen en de harde werkelijkheid van de financiële middelen.

Denk aan de ontluisterende bevindingen in de Enquete Limmen, denk aan de computerchaos in de gemeente en de stadsdelen; het ICT-debacle.

Denk aan de onkunde om een straat, een sluis of een brug binnen het budget op te leveren, of een museum binnen de daarvoor geplande tijd. Of een NoordZuidlijn.

Denk aan het het failliet van het Danshuis, het Musiq-gebouw in Oost, de aannemer Midreth, dat je van kilometers ver kon zien aankomen.

Denk aan de persoonlijke ambities die een vruchtbare samenwerking in de weg staan en handenvol geld kost, zoals met AT5 of de Kunstraad.

Denk ook aan de kleinzieligheid van de burenruzies in de stadsdelen, in West, in Oost, waar politiek culmineert in ordinair gekijf van gekwetste ego’s, die zelfs op straat te horen is.Naar mijn gevoel, een intrinsiek gevolg van de illusie dat stadsdelen de democratie zouden dienen, zonder rekening te houden met de menselijke maat en persoonlijke ambities, die daar het meest aan de oppervlakte geraken. Dit alles en allemaal in de superieure wetenschap ten stadhuize dat de macht pro forma gedelegeerd is, en echte politiek niet elders dan hier bedreven wordt.

Nee. Ik had niet de illusie, dat er naar ons geluisterd zou worden of dat Red Amsterdam er iets toe doet.

Hoe verstandig het ook zou zijn een moratorium op de afbouw van de NoordZuidlijn in te stellen, hoe onverstandig het ook is om in deze tijd zo veel geld uit te geven aan de uitbouw van de NoordZuidlijn naar Amstelveen, hoe waarschijnlijk het ook is dat de geologische gesteldheid onder het station Vijzelgracht een onoverkomelijke barrière zal blijken te zijn om de NoordZuidlijn ooit te voltooien, uit prestige-overwegingen en partij-politiek, zullen de alfa-mannetjes persisteren dat het MOET. Koste wat het kost.

Ja. Ik had de hoop dat het ons zou lukken ‘De Opstapper’, het busje voor de binnenstad te redden van de ondergang.Het leek er ook op. Schijnbaar mocht De Opstapper op grote sympathie rekenen binnen de Raad. De PvdA wilde hem behouden. GroenLinks zou onze motie mede ondertekenen. De kleine partijen deden dat ook.En dan merk je, tot je verbazing, dat als het puntje bij het paaltje komt, alle mooie woorden ten spijt, dat om particuliere, of opportunistische, of partijpolitieke redenen de meerderheid tot behoud van De Opstapper plotsklaps is verdampt.

Verbazing: Ja. Teleurstelling: Nee, niet echt. Dat gebeurt nou eenmaal in de politiek.

Verbazing: Ja. Niet dat het gebeurt, maar dat mensen in staat zijn om eerst iets met grote oprechtheid te beweren, en dan met droge ogen iets totaal anders kunnen doen.

En als je je dan afvraagt hóe dat kan dringt zich toch een uiterst banale vergelijking aan me op. Het zal u niet verbazen dat ik als actrice moet denken aan een ordinaire soap. En dat bedoel ik niet badinerend. Politiek voldoet aan de onontkoombare wetten waaraan een soap moet voldoen. Banaal, spannend, gemeen, griezelig dicht de werkelijkheid benaderend, het echte leven.

Want hoe serieus de actores ook zijn, hoe belangrijk hun beslissingen ook voor de burgers, voor de stad en voor het land, wel beschouwd draagt het politieke bedrijf alle kenmerken van Goede Tijden, Slechte Tijden. In Amsterdam getiteld Kleine Kansen, Grote Gevolgen.

Het is een dagelijks terugkerende, fascinerende, hijgerig opgediste serie dramatische gebeurtenissen zonder eind, met ingewikkelde verhaallijnen, die naar behoeven de aandacht trekken of verdwijnen onder het stof van nieuwe conflicten, waarin intriges en overspel, beloften en verraad, boeven en slachtoffers, idealisten en lawaaimakers, alfa-mannetjes en underdogs hun plaats opeisen en ondergaan in de waan van de dag.

Begrijp me goed. Ik bedoel dit niet badinerend.

Het is net zo echt, netzo fascinerend en verslavend als de krant en het Journaal voor nieuwsjunks, zó fascinerend en verslavend zijn de voorthollende gebeurtenissen van de politiek voor snel-schakelende, slimme jongens en ambitieuze meisjes, de politiek.De politiek is een fascinerende, intellectuele uitdaging,  heb ik gezien. Het heeft alleen niets met democratie te maken. Het is gymnastiek voor de geest, schaken op hoog niveau, een competitie van de competenties. Rücksichtslos. Even overweldigend als meeslepend, als in een soap.

Op een dag kan je niet meer zonder. Ben je verslaafd aan het spel, aan het pluche of aan de macht.

Op een dag word je uit het script geschreven.Omdat het de afspraak is. Of een nieuwe coalitie is gesloten. Motie van wantrouwen aan je broek. Van het gremium naar de geraniums.Kan je naar huis, naar je eigen bed.

Vragen van Red Amsterdam over Stedelijk Museum

Schriftelijke vragen van het raadslid Nelly Frijda namens de fractie van Red Amsterdam inzake de berichtgeving in Het Parool over het dreigende faillissement van Midreth, hoofdaannemer voor de renovatie/nieuwbouw van het Stedelijk Museum

Aan het college van burgemeester en wethouders

Gezien de berichtgeving in Het Parool van 28 januari 2011 (11:30u), waarin wordt gerept van het dreigende failllissement van de hoofdaannemer van de renovatie/nieuwbouwwerkzaamheden aan het Stedelijk Museum, en het feit dat alle werknemers van de onderaannemers het werk hebben verlaten en aldus de werkzaamheden aan het Stedelijk Museum geheel zijn komen stil te liggen,

Gezien het feit dat dit de zoveelste tegenvaller is in dit dossier en de zoveelste verkeerde inschatting lijkt van de werkelijke problemen bij Midreth.

Gezien het feit dat wij, de Raad en de leden van de Commissie OZK een en ander uit de krant moeten vernemen.

Gezien het vorenstaande heeft ondergetekende de eer, namens de fractie van  Red Amsterdam, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen te stellen:

1. Sinds wanneer is de Wethouder op de hoogte van het dreigende faillissement van hoofdaannemer Midreth ?

2. Waarom is de Raad en in het bijzonder de Commissie OZK niet terstond geinformeerd over de meest recente ontwikkelimgen ?

3. Was het -dreigende- faillisement 1) voorzien, en 2) te voorkomen geweest, en 3) had de Gemeente hierbij een leidende, pro-actieve rol kunnen spelen?

Zo nee. Waarom niet ?

Zo ja. Waaruit blijkt dat ?

4. Is de Wethouder met ons van mening, dat opnieuw de financiële monitoring en verslaglegging door de bouwdirectie van het Stedelijk Museum en dienst bouwtoezicht van de Gemeente heeft gefaald ?

Zo nee. Waaruit blijkt dat ?

Zo ja. Is de Wethouder voornemens terstond maatregelen te nemen, het management/directies ter verantwoording te roepen en zonodig te vervangen ?

5. Wat betekent een faillisement van Midreth voor de voortgang der werkzaamheden aan het Stedelijk Museum, voor de vertraging in de oplevering, voor de werknemers van aannemer en onderaannemers, en -meest belangrijk- qua financiële consequenties voor de Gemeente  ?

6. Wat betekent een faillisement van Midreth voor andere opdrachten, projecten en werkzaamheden van Midreth in opdracht van de Gemeente ?

7. Is de Wethouder bereid de Raad, en de Commissie OZK lopende de onderhandelingen tussen de belanghebbenden; de Gemeente, het ambtelijk bouwteam,de Rabobank, Midreth en onderaannemers één-op-één op de hoogte te houden van de ontwikkelingen ?

8. Wat betekent het stopzetten van de bouw aan het Stedelijk Museum voor die lelijke witte uitbouw, die maar blijft lekken en niet past ?

PAROOL: Bouw Stedelijk Museum ligt stil

http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/1829084/2011/01/28/Bouw-Stedelijk-Museum-ligt-stil.dhtml
Bouw Stedelijk Museum ligt stil

Het bouwterrein bij het Stedelijk Museum. Foto © Klaas Fopma

28-01-11   11:30 uur

AMSTERDAM – De nieuwbouw van het Stedelijk Museum ligt geheel stil. Hoofdaannemer Midreth staat op het punt van omvallen. Donderdag hebben alle 120 werknemers van de onderaannemers de bouwplaats verlaten, omdat Midreth hun rekeningen al geruime tijd niet meer voldoet.

Bij Midreth, een grote aannemer uit Mijdrecht, heeft de Rabobank de leiding overgenomen. Een spoedig faillissement lijkt vrijwel onafwendbaar. Volgens ingewijden zouden zowel de bank als twee andere partijen vandaag een faillissementsaanvraag bij de rechtbank indienen.

Alle partijen, zowel de onderaannemers als opdrachtgever gemeente Amsterdam, hebben inmiddels belang bij een faillissement, omdat dan voor het Stedelijkproject bankgaranties vrijkomen ter grootte van vijf miljoen euro, die hervatting van het werk mogelijk maken.

Het is nog niet te overzien welke strop, financieel en in tijd, dit voor de nieuwbouw van het Stedelijk Museum betekent, maar de timing is erg ongunstig. Ook de glaszetters hebben gisteren het werk neergelegd, terwijl het gebouw nog steeds niet wind- en waterdicht is. Officieel zou het Stedelijk dit jaar moeten opengaan.

Vermoedelijk nog vanmiddag gaat het ambtelijk bouwteam rond de tafel met de onderaannemers. Die dreigen in grote moeilijkheden te komen door de betalingsachterstanden. (ALBERT DE LANGE)

Het Parool. Alle rechten voorbehouden.

http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/1829084/2011/01/28/Bouw-Stedelijk-Museum-ligt-stil.dhtml

“IK DACHT DAT EEN KUNSTSCHOUW EEN NEP OPEN HAARD WAS”

Als het raadslid voor RED AMSTERDAM, Nelly Frijda vandaag in de Gemeenteraad niet het woord had gevraagd bij het agendapunt, waarbij de benoeming van twee kunstschouwen geruisloos zou zijn afgehamerd, was er geen debat gevoerd over die benoeming. Nu wel. En behoorlijk heftig. Na de toespraak van Nelly, roffelden een flink aantal gemeenteraadsleden instemmend op hun tafelblad. De fractievoorzitter van het CDA, de heer Limmen, verklaarde als eerste het geheel eens te zijn met het betoog, en drong er bij wethouder Gehrels bij herhaling op aan, de door Frijda gestelde vragen serieus te beantwoorden. Toen Limmen werd verweten, dat hij in de Raadscommissie waar de benoeming van de kunstschouwen besproken was, had ingestemd met die benoeming, verklaarde hij dat hij daar bij nader inzien spijt van had. De stemming die vervolgens in de Raad werd gehouden was verrassend. Geen unanieme instemming, dankzij dit debat, dankzij RED AMSTERDAM; slechts 26 leden waren voor en 12 stemden tegen !

Nelly sprak:

” Red Amsterdam is tegen de voordracht van de beide kunst-schouwen. Niet omdat wij iets tegen deze mensen hebben -ik ken ze niet eens-, maar omdat we niet weten wat ze gaan doen en waarom ze nodig zijn. Maar vooral, omdat ze voor 37duizend500 euro per stuk op de begroting drukken. En, zoals u weet, zijn wij tegen geld verkwisten in deze moeilijke tijden. Elk dubbeltje telt.

Ik moet toegeven dat ik, toen ik de stukken las, niet eens WIST wat een ‘kunst-schouw’ was.
Mijn eerste associatie was een NEP OPEN HAARD. Een lelijke schoorsteenmantel. Iets van gips, met ornamenten, met zwarte schoenpoets verfraaid tot iets wat allure moet verbeelden voor de nouveau riche.
Toen ik verder las bleek het ook al niet een ‘schouw’ in de werktuigelijke zin te zijn: een ‘onderzoek’, een ‘bezichtiging’.”De geregeld terugkerende inspectie van water, wegen en dijken”, zoals de dikke Van Dale het -in zonderheid- noemt.
Het bleek een levend wezen te kunnen zijn. Een persoon, die schouwt. Die kijkt, dus. Zoiets als een arts, een patholoog-anatoom, die lijkschouwing verricht.
Zo bestaat er dus blijkbaar ook een kunstschouw: iemand die kunst bekijkt.
Daar hebben we er honderden van. Die staan dagelijks rijen dik voor het Van Gogh-museum.

Hou nou toch op met die flauwekul. Waarom moet er een expert uit Turkije ingevlogen worden om de internationale uitstraling van ons kunstenprogramma te beoordelen ? Waarom moet iemand uit Engeland komen om de kunsteducatie in onze stad te ‘bekijken’ ?
Wij barsten van de adviescommissies voor de Kunst. Wij barsten van de ideeen. We hebben een Amsterdamse Kunstraad. Wij hebben een Amsterdams Fonds voor de Kunst.
We hebben sinds 1996 in Nederland een Raad voor Cultuur, waarin verzameld de Raad voor de Kunst , de Raad voor Cultuurbeheer, de Mediaraad en de Raad van Advies voor Bibliotheekwezen en Informatieverzorging. We hebben een overvloed aan experts, kunstkenners, doelenformuleerders en cultuurliefhebbers.

We hebben in Amsterdam zelfs een Wethouder voor Cultuur.

Deze wethouder kwam vorig jaar november, met het plan om de verdeling van kunstsubsidies te veranderen. Misschien, op zich, wel een goed idee. Maar het motief was zo bizar: Ze vond de afstand tussen politiek en kunst te groot. De Amsterdamse Kunstraad, vond zij, beoordeelde aanvragen voor subsidies vooral op basis van ‘artistieke kwaliteit’. Met ‘de maatschappelijke doelen’ die het gemeentebestuur stelt, werd volgens haar, te weinig rekening gehouden.
De panacee, haar oplossing: het werven van twee kunstschouwen in het buitenland.
-Ja, toen zaten we nog niet in de Gemeenteraad, anders hadden we wel voldoende steun voor een motie tegen deze flauwekul kunnen verwerven. Nu rest ons niet anders dan een tegengeluid laten horen.

Mag ik even vragen: Hoeveel kilometer bedraagt de afstand tussen politiek en kunst ? Wat IS afstand tussen politiek en kunst eigenlijk ? Wat bedoelt de wethouder daarmee ? Waarop moet je kunst anders beoordelen dan op artistieke kwaliteit ? Is de politiek, de gemeenteraad, de wethouder daartoe geëquipeerd ?

A rose is a rose is a rose. Kunst is kunst is kunst. Ware kunst heeft een intrinsiek, niet kwantificeerbaar, maatschappelijk doel. (Daarom wil Geert Wilders vooral -uiteindelijk- die kunst afschaffen) Wordt het maatschappelijk doel van kunst gediend met de benoeming van twee ingevlogen kunst-schouwen ? Wat komen ze doen ? Waarom krijgen ze voor hun vrijblijvende visie méér geld dan de laureaten van de Amsterdamprijs voor de Kunst, die tenminste bewezen hebben iets te betekenen voor Amsterdam.
Voldoen ze aan een Plan van Eisen ? Hebben ze een Plan van Aanpak ? Worden ze erop afgerekend ?.

Nee, nee, nee. Niks van dat al. De kunstschouwen mogen onverplicht hun gang gaan. Luchtfietsen. Geld verspillen. Iets van gips, met ornamenten, met zwarte schoenpoets verfraaid tot wat allure moet verbeelden voor de nouveau riche.

Geef mij maar een echte open haard. Met een verterend vuur.”